Prinsjesdag



Deze pagina gaat over de traditie Prinsjesdag.


Oorsprong en Geschiedenis


Prinsjesdag was oorspronkelijk de benaming van de verjaardag van Stadhouder Prins Willem V (1748-1806) op 8 maart.

In die tijd, de Patriottische tijd, was Prinsjesdag een van de populairste volksfeesten in ons land.
Mensen grepen de gelegenheid aan om hun Oranjegezindheid te laten zien.
Vervolgens werd de naam Prinsjesdag gebruikt voor feestelijkheden rondom een lid van het Koninklijk Huis.

Vanaf de jaren 1930 werd het gebruikelijk de jaarlijkse openingsdag van de Staten-Generaal Prinsjesdag te noemen.

Bij de Grondwetswijziging van 1983 werd de zittingsduur van de Staten-Generaal gewijzigd van één jaar naar vier jaar.
Vanaf dat jaar wordt op Prinsjesdag dus niet meer de zitting van de Eerste en Tweede Kamer officieel geopend, maar wordt
met het uitspreken van de Troonrede het begin van het nieuwe parlementaire jaar gemarkeerd.

In de Grondwet staat op welke dag Prinsjesdag valt. Toch was dat niet altijd de derde dinsdag van september.
In de 19e eeuw viel de opening van de Staten-Generaal eerst op de eerste maandag in november en later op de derde maandag in oktober.

In 1848 werd een jaarlijkse begroting ingevoerd. Om de Kamer meer tijd te geven voor de behandeling, werd de opening van de Staten-Generaal
vervroegd naar de derde maandag in september. Een grondwetswijziging in 1887 verplaatste Prinsjesdag van maandag naar dinsdag. Kamerleden die
wat verder weg van Den Haag woonden, hoefden dan niet meer op zondag te reizen om op tijd bij de opening te zijn.

Verenigde Vergadering


Tegen half één komen de leden van de Eerste en Tweede Kamer de Ridderzaal binnen.
Zij zitten direct tegenover de troon en vervolgens verdeeld over het rechter- en linkervak.
De ministers en de staatssecretarissen nemen links van de troon plaats. Achter hen zitten de
leden van de Raad van State, het belangrijkste adviescollege van de regering. Deze aanwezigen bevinden
zich binnen de zogeheten enceinte, die gemarkeerd is met een eenvoudige houten afscheiding. Binnen deze
symbolische afscheiding 'vergadert' het parlement. Buiten de afscheiding is plaats voor de andere Hoge Colleges van Staat,
hoge ambtenaren, vlag- en opperofficieren, leden van de hoge rechterlijke macht, de Commissaris van de Koning in de
provincie Zuid-Holland, de burgemeester van Den Haag, ambassadeurs, bijzondere vertegenwoordigers en speciale genodigden.

De voorzitter van de Eerste Kamer is voorzitter van de Verenigde Vergadering. Even voor één uur opent deze de vergadering.
Vervolgens benoemt de voorzitter een aantal Kamerleden als Commissie van In- en uitgeleide voor de Koning en zijn gevolg.
Deze commissie ontvangt de Koning en de leden van het Koninklijk Huis bij de ingang van de Ridderzaal. De voorzitter van
de Verenigde Vergadering kondigt vervolgens de komst van het staatshoofd aan. Dat is voor de aanwezigen een teken om op
te staan, waarop de leden van het Koninklijk Huis de Ridderzaal betreden. De Koning en Koningin nemen plaats op de troon
en de andere leden van het Koninklijk Huis gaan rechts van de troon zitten. De adjudant-generaal en de andere aanwezige
adjudanten zitten links van de troon, de Grootmeester en Grootmeesteres en de overige leden van de hofhouding rechts.
Dan spreekt de Koning de Troonrede uit.

Na de laatste woorden van de Koning roept de voorzitter: 'Leve de Koning'. De aanwezigen reageren daarop met een driewerf 'hoera'.
De Commissie van In- Uitgeleide doet de Koning en de leden van het Koninklijk Huis uitgeleide naar een zijkamer van de Ridderzaal.
Daarna sluit de voorzitter de Verenigde Vergadering. Als de Koning de Ridderzaal verlaat, staat de Gouden Koets weer gereed.
Deze rijdt vervolgens langs dezelfde route terug naar Paleis Noordeinde.

De Koning en de leden van het Koninklijk Huis die aanwezig zijn geweest bij het uitspreken van de Troonrede,
verschijnen na terugkeer kort op het balkon aan de voorzijde van Paleis Noordeinde.

In augustus sturen ministeries de punten op die ze persé in de Troonrede genoemd willen hebben
naar het ministerie van Algemene Zaken. Ambtenaren maken hier een tekst van, die ziet de vorst ook.
Pas kort voor Prinsjesdag neemt de minister-president de voorlopige tekst uitgebreid door met de
koning. De koning let hierbij op taalgebruik en de inhoud.
De Koning wil wel achter de tekst kunnen staan.
Kort voor Prinsjesdag repeteerd de Koning de tekst een aantal keren voor zichzelf hardop.

Tradities


De uitroep 'Leve de Koning(in)' na het uitspreken van de Troonrede werd in 1897 spontaan geïntroduceerd door het Tweede Kamerlid J.H. Donner.
Collega's namen de uitroep later over van Donner. Sinds 1946 is het traditie dat de voorzitter van de Verenigde Vergadering de uitroep aanheft.

De Koning nodigt op Prinsjesdag een groep mensen uit de Nederlandse samenleving uit om de dag mee te maken op Paleis Noordeinde.
De genodigden van de Koning nemen samen met de hofhouding plaats op de tribune onder de colonnade (zuilengalerij) op het voorplein
van het paleis. Zij kunnen daar het vertrek van de Koninklijke Stoet naar het Binnenhof goed zien. De rest van de rijtoer en de
Troonrede kunnen de genodigden in het paleis via de televisie volgen.

De kleding en de hoeden van de (vrouwelijke) leden van het Koninklijk Huis is een veel besproken onderwerp.
VVD-kamerlid Erica Terpstra droeg in 1977 voor het eerst een hoed in de Ridderzaal tijdens het uitspreken van de Troonrede.
Sindsdien zijn er veel vrouwen in de Ridderzaal aanwezig met een al dan niet opvallende hoed. De hoeden van de genodigden
in de Ridderzaal zijn ook vaak onderwerp van gesprek tijdens Prinsjesdag.

Ridderzaal


Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer.
Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. In 2006 is de Ridderzaal opnieuw gerenoveerd.

Graaf Willem II van Holland, die ook Rooms Koning was, begon met de bouw van de zaal in 1248.
Zijn zoon, Graaf Floris V van Holland, voltooide de bouw rond 1280. De zaal werd door de
Graven van Holland gebruikt als feestzaal. Philips van Bourgondië ontving hier in 1432 en
1456 het kapittel van de Ridders van de Gulden Vlies.

In 1581 besloten de Staten-Generaal hier Koning Filips II van Spanje niet langer als landsheer te erkennen.
In 1651 bij het begin van het eerste stadhouderloze tijdperk kwamen alle afgevaardigden van de Staten van de
zeven provincies hier bij elkaar. De zaal raakte tijdens de Republiek in verval. In de 17e en 18e eeuw werd
de zaal gebruikt als loterijzaal en in de Franse tijd exercitiezaal van de kadetten.

In het midden van de 19e eeuw was het gebouw een ruïne. Er was een goot middenin de zaal gegraven voor de afwatering.
In 1861 werd de zaal opgeknapt. Landsbouwmeester Rose liet er een gietijzeren kap opzetten die op twee rijen gietijzeren zuilen stond.
Hierdoor ontstond er een soort van driebeukig kerkje dat vanaf 1878 het oud-archief van Binnenlandse Zaken huisvestte.

De gebouwen die in de loop der tijden aan de Ridderzaal gebouwd waren, werden afgebroken. In 1904 werd de zaal gerestaureerd in neogotische stijl.
Architect Cuypers zorgde voor een smaakvol interieur met Turkse kleden op de vloer en Turkse wandtapijten aan de muur. Deze zijn in 1954 verwijderd
toen Keizer Haile Selassie op staatsbezoek kwam. Men bracht toen provinciale vlaggen aan. De zaal die onder Cuypers een zandkleurige verfje had gekregen,
werd witgeschilderd.

De Ridderzaal is sinds het begin van 20ste eeuw niet alleen in gebruik als vergaderzaal van de Verenigde Vergadering
van de Staten-Generaal, waarin de Koning de Troonrede uitspreekt, maar ook als zaal voor het houden van grote ontvangsten
en diners en voor het houden van congressen en conferenties. Zo vond hier de Ronde Tafelconferentie plaats die leidde tot
de erkenning van Indonesië in 1949. De regering bood hier Koningin Beatrix een diner aan ter gelegenheid van haar 25-jarig
regeringsjubileum en aan Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima aan de vooravond van hun huwelijk.

Toen in het begin van deze eeuw bleek dat de bekleding van de troon, die sinds 1904 in de Ridderzaal staat, versleten was,
heeft men het interieur van de hele zaal opnieuw bekeken. Besloten werd de zaal opnieuw in te richten voor gebruik in de 21e eeuw.
De renovatie werd voltooid in 2006. Pronkstuk zijn de negentien wapenkleden van de twaalf provincies, de overzeese rijksdelen en Europa.
Op de schouw aan de noordkant is de tekst aangebracht van artikel 1 van de Grondwet 1848.

De Ridderzaal is in beheer bij het Rijksvastgoedbedrijf. Het bezoekerscentrum van ProDemos, het Huis der Democratie,
organiseert rondleidingen door de Ridderzaal, waarbij ook de Eerste Kamer en de Tweede Kamer bezocht worden.







Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer.
Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
In 2006 is de Ridderzaal opnieuw gerenoveerd.

Kleding op Prinsjesdag


Mannen komen in jacquet of donker pak naar de Ridderzaal.
De leden van het Koninklijk Huis dragen gala kleding.
Dat houdt in dat de dames een lange jurk dragen en de heren een gala-uniform of jacquet.


Gouden Koets




De Gouden Koets is een geschenk van de inwoners van Amsterdam aan Koningin Wilhelmina ter ere van haar inhuldiging.
Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik maakten op hun huwelijksdag, 7 februari 1901, voor het eerst van de Gouden Koets gebruik.



De Gouden Koets is daarna ook ingezet bij de huwelijken van Prinses Juliana en Prins Bernhard (1937),
Prinses Beatrix en Prins Claus (1966), Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima (2002).
Ook werd hij gebruikt bij de doop van Prinses Juliana (1909) en de doop van Prinses Beatrix (1938).
Met uitzondering van speciale gelegenheden is de Gouden Koets sinds 1903 slechts een keer per jaar, op Prinsjesdag, te zien.

De Gouden Koets staat vrijwel het gehele jaar in de Koninklijke Stallen achter het Paleis Noordeinde in Den Haag.



Geschiedenis


In 1898 werd aan de jonge Koningin Wilhelmina een inhuldigingsgeschenk aangeboden door de Amsterdamse burgerij:
een bijzondere staatsiekaros, de Gouden Koets. Voor het schenkingscomité was het een probleem dat Koningin Wilhelmina
vóór haar inhuldiging te kennen had gegeven dat zij ter ere van deze gebeurtenis geen geschenken zou aannemen.
Pas nadat veel brieven en telegrammen verstuurd waren en er heel wat afgepraat was in vergaderingen, besloot de
Koningin in 1901 de koets toch te aanvaarden. Op 7 februari 1901 werd de Gouden Koets voor het eerst gebruikt
bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.




Constructie


Het bouwen van de koets stelde hoge eisen aan het vakmanschap van ontwerpers en constructeurs.
In Amsterdam was in die tijd veel kennis op het gebied van rijtuigbouw aanwezig. De opdracht voor de bouw van
de Gouden Koets ging naar de firma Spijker, later ook bekend om zijn automobielen.

Voor de bouw van de koets moest een groot aantal problemen worden overwonnen. De koets moest zo gemaakt worden,
dat de Koningin haar volk, en het volk zijn Koningin goed kon zien. Ook moest de koets zo hoog worden dat zij er rechtop in kon staan.
De koets mocht echter ook weer niet te kolossaal worden, want het moest door smalle, niet al te hoge poorten kunnen,
zoals die op het Binnenhof in Den Haag.

Bij hun ontwerp gingen de gebroeders Spijker uit van het staatsierijtuig zoals dat in de negentiende eeuw veel voorkwam.
Wel werden de laatste snufjes op het gebied van de rijtuigbouw toegepast.
Zo kreeg de koets massief rubberen wielbanden en elektrische verlichting.

De naam van de Gouden Koets is enigszins misleidend. Het rijtuig is namelijk gemaakt van Javaans teakhout.
Dit hout is deels beschilderd, deels verguld met bladgoud. Aan dit bladgoud heeft de koets zijn naam te danken.
Bij het vervaardigen van de koets is er bewust naar gestreefd zoveel mogelijk materialen te gebruiken uit het
toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. Zo is in de koets vlas verwerkt uit Zeeland, leer uit Brabant en ivoor uit Sumatra.

De versiering van de koets is uitgevoerd in Hollandse renaissancestijl, de stijl van de Gouden Eeuw. Aan Van de Waay,
hoogleraar aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, werd het schilderwerk opgedragen. Van den Bossche en Crevels
initialen ontwierpen de beeldgroepen. In de afbeelding van allerlei planten, dieren en figuren uit de Oudheid en
uit legenden, moest symbolisch en allegorisch worden uitgedrukt wat het Nederlandse volk zijn Koningin
aan goede wensen en zegenbeden mee wilde geven. Het geheel moest wel harmonieus zijn.
Ieder onderdeel moest passen bij de rest en toch een eigen boodschap overbrengen.

Op de naven van de assen staan geschilderde zonnen die het "mild schijnende koningschap" uitbeelden.
De spaken "schieten" als stralen naar de velgen, die het firmament voorstellen. In dit firmament zijn de tekens van
de dierenriem te zien. De scharnieren en deursloten van de koets zijn versierd met motieven van de hond en de uil,
symbolen voor trouw en waakzaamheid. Op de treden zijn waterlelies geschilderd, een symbool van voorzichtigheid.
De zwemvogels die de bok schragen, stellen de snelheid voor.

De vier panelen van het rijtuig zijn gesierd met schilderingen: op de voorzijde, die de toekomst symboliseert,
staat rechts een voorstelling van "het onderwijs aan het volk" en links "het recht, dat diegenen uit het volk beschermt,
die hulp behoeven: een gekwetste arbeider, een blinde grijsaard, een weduwe en wezen". De hoop op verbetering van de
toen niet al te beste sociale voorzieningen is duidelijk aanwezig. Onder deze voorstelling is in een bas-reliëf de
"levensverzekering" weergegeven.

De schildering op de rechterzijde van de koets stelt voor de "hulde van Nederland" en die op de linkerzijde de "hulde der koloniën".
Op de achterzijde van de koets vereeuwigt de "Muze der Historie" in het "Boek van de Tijd" de volkshulde bij de inhuldiging
van Koningin Wilhelmina. Op de achtergrond van deze voorstelling is een gezicht op Amsterdam met het Paleis op de Dam en
de Nieuwe Kerk geschilderd met in de verte scheepvaart op het IJ en de Amstel.

Op het dak van de koets is een beeldengroep te zien die de welvaart voorstelt. De vier sectoren van de economie schragen de kroon,
de scepter en het rijkszwaard, die bovenop een kussen liggen. De handel wordt gesymboliseerd door een staf en een leeuw.
De arbeid - met hamer - draagt een salamander als symbool van het vuur. De landbouw wordt verbeeld door een korenschoof en een sikkel,
de veeteelt door een schaap. De symbolen van de scheepvaart zijn de sextant en de dolfijn. Om de vier hoeken van de bovenrand
staan kinderfiguurtjes, die de Koninklijke wapens met lauweren omkransen.
Cherubijntjes vlechten boven de portieren zegekransen om de Koninklijke initialen.

De kroonlijst vertoont de wapens van de toenmalige elf provincies. Als trotse schenker van de koets liet Amsterdam het
wapen van Noord-Holland - evenals het wapen van Amsterdam zelf - iets groter uitvoeren dan die van de andere provincies.

De lijst wordt op de hoeken ondersteund door vier legendarische figuren. In hun handen dragen zij lantaarns.
Deze lantaarns, met bovenop de Koninklijke kroon, werden zo ontworpen, dat ze, uitzonderlijk in die tijd,
ook gebruikt konden worden voor elektrische verlichting.

Onder de ramen van de koets loopt een fries, waarin in reliëf zijn gesymboliseerd:
godsdienst, leger, recht, kunst, wetenschap en arbeid.

De Gouden Koets is versierd met hoorns van overvloed, narren met in hun handen ivoren handvatten,
leliën en rozen - symbolen voor de trouw -, en een cartouche met het jaartal 1898.

De binnenbekleding van de koets is geheel met de hand geborduurd. Vijftien miljoen steekjes waren nodig voor een
ivoorkleurig fond met oranjebloesem en cherubijntjes. Het plafond is in vlakken verdeeld, waardoor zoveel mogelijk
vrouwen de gelegenheid kregen aan de koets mee te werken. De vakken worden afgesloten met vergulde bogen,
die zich in het midden samenvoegen en de in lauweren gevatte initialen van Koningin Wilhelmina vormen.
Deze initialen worden beschenen door een matgouden zon. De zijwanden zijn geborduurd met de wapens van de provincies,
het rijkswapen en twee Amsterdamse wapens: het oude wapen, vastgesteld in 1816, en het wapen uit 1898.

Het tapijt op de vloer is versierd met tulpen, narcissen en hyacinten om het met Nederlandse bloemen bestrooide
levenspad van de Koningin te symboliseren. Ondanks de grote hoeveelheid figuren, dieren, bloemen en kleuren,
maakt de koets geen "rommelige" indruk. Door de zo strak mogelijk gehouden lijnen, het egale gouden fond,
de tere kleuren en de lichte beschildering heeft de koets een grote harmonie verkregen.



De bespanning


De Gouden Koets is bestemd om door acht paarden te worden getrokken, vandaar de bijzondere hoogte van de bok.
De koetsier moet immers het gehele span kunnen overzien. Op het voorste paard zit een postiljon.



Route Gouden Koets


De Koning maakt de tocht naar het Binnenhof in de Gouden Koets. Hij vertrekt op Prinsjesdag om klokslag één uur van Paleis Noordeinde.

De Koning wordt vergezeld door zijn echtgenote Koningin Máxima, Prins Constantijn en Prinses Laurentien,
leden van de hofhouding en een militair ere-escorte. Bij het paleis en bij de Ridderzaal staan erewachten en een muziekkorps.

Tijdens de rit klinkt iedere minuut een saluutschot vanaf het Malieveld in Den Haag om de bevolking te laten weten
dat het staatshoofd op weg is naar de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

Als de Koning op het Binnenhof is aangekomen, zet een muziekkapel het Wilhelmus in.
Deze kapel staat naast het bordes van de Ridderzaal opgesteld. De Koning en de andere leden
van het Koninklijk Huis groeten het vaandel en gaan vervolgens het bordes op.

Koning Willem I heeft in 1815 op de eerste dag van zijn koningschap het ceremonieel van de Koninklijke stoet
vastgelegd in een Koninklijk Besluit: 'Zijne Majesteit in eene koets met acht paarden bespannen,
met een rijknecht te voet naast ieder paard en nevens de koets aan beide zijden drie lakeien.'

Tot 1890 vergezelden alleen mannelijke leden van het Koninklijk Huis de Koning.
In 1903 reed de Gouden Koets voor het eerst mee in de stoet. Sinds 1904 vindt de Verenigde Vergadering
plaats in de Ridderzaal, daarvoor in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Na de Tweede Wereldoorlog
gebruikte Koningin Wilhelmina aanvankelijk auto's om te benadrukken dat soberheid gepast was.
In 1948 keerde het oude ceremonieel met de Gouden Koets weer terug. In 1974 maakte Koningin Juliana
ook gebruik van een auto voor de rit naar het Binnenhof. Dit kwam omdat er een gijzeling gaande was in de Franse ambassade,
die langs de route lag. In 2001, na de aanslagen op 11 september in de Verenigde Staten, stopte de Gouden Koets kort
bij de Amerikaanse ambassade.

De route naar het Binnenhof is in de loop van de jaren veranderd. Vroeger reed de koets het Binnenhof op via de
Stadhouderspoort aan het Buitenhof. Deze poort was hoog genoeg om de Gouden Koets door te laten, maar het paste maar net.
Toen in 1925 de bestrating werd vernieuwd kwam het straatniveau iets hoger te liggen. De doorgang was te laag en de
koets kon niet meer onder de poort door. Sindsdien rijdt de koets langs het Mauritshuis en door de hogere Middenpoort
en de Grenadierspoort het Binnenhof op.



Tentoonstelling en restauratie Gouden Koets, 20 augustus 2015


Van 27 augustus t/m 6 september 2015 was de Gouden Koets voor het publiek van dichtbij te zien op Nationaal Museum Paleis Het Loo.
Na Prinsjesdag 2015 zal de koets drie tot vier jaar in onderhoud gaan. In die periode zal de Glazen Koets, die sinds het voorjaar
van 2015 weer inzetbaar is, worden gebruikt voor ceremoniële taken.

Uit onderzoek naar de staat van onderhoud van de Gouden Koets is gebleken dat het rijtuig aan restauratie toe is.
Uitgangspunt bij de restauratie is dat de koets voor de komende decennia weer geschikt moet zijn om te kunnen worden
ingezet bij Prinsjesdag. Het onderhoud richt zich op vier onderdelen van de koets; het onderstel, de kast, de stoffering en de bok.
Het gaat onder andere om intensieve restauratiewerkzaamheden aan het houtsnijwerk en de wielen.
Daarnaast worden de draagriemen aan de kast en de koorden en de kwasten op de bok vervangen en worden de textiele materialen
onder handen genomen. De kosten voor de restauratie van de Gouden Koets vallen binnen de reguliere begroting
van de Dienst van het Koninklijk Huis.

De Gouden Koets is een geschenk van de inwoners van Amsterdam aan Koningin Wilhelmina ter ere van haar inhuldiging in 1898.
Op 7 februari 1901 werd de Gouden Koets voor het eerst gebruikt bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.
Met uitzondering van speciale gelegenheden is de Gouden Koets één keer per jaar, op Prinsjesdag, te zien.

Bron: RVD, www.koninklijkhuis.nl


Gala Berline


Het Staldepartement beschikt over zes Gala Berlines. De naam komt van Berlijn, de stad waar
het rijtuig in 1662 ontworpen werd. Berlines zijn gesloten rijtuigen, geschikt voor vier personen.

De rijtuigen zijn zwart en ossenbloedrood gelakt en worden met twee of vier paarden bespannen.
De Gala Berlines worden regelmatig gebruikt. Zij vervoeren bijvoorbeeld de buitenlandse ambassadeurs die bij hun
aantreden hun geloofsbrieven aanbieden aan de Koning op Paleis Noordeinde.

Hieronder foto's van de Gala Berline:







De Gala Glas Berline is de oudste Koninklijke Berline en is in 1836 gebouwd door de firma Pearce&Co in Londen voor
de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II. De wanden aan de binnenkant zijn bekleed met rood laken.
Op de vloer ligt een tapijt van rood velours. Prinses Margriet en Prof. mr. Pieter van Vollenhoven gebruikten de
Gala Glas Berline bij hun huwelijk in 1967. De zijwanden werden vervangen door glas waardoor rondom uitzicht is en
sindsdien wordt dit rijtuig de Gala Glas Berline genoemd. Prinses Margriet en Prof. mr. Pieter van Vollenhoven maakten
jaarlijks op Prinsjesdag gebruik van de Gala Glas Berline. Sinds de inhuldiging van Koning Willem-Alexander op 30 april 2013
maken Prins Constantijn en Prinses Laurentien gebruik van de Gala Glas Berline.

Hieronder een foto van de Gala Glas Berline:





Glazen Koets


De Glazen Koets is eigenlijk een bijnaam. Toen Koning Willem I de koets bestelde in 1821 bij de Brusselse rijtuigenmaker Pierre Simons heette hij de Grote Galakoets.
Toen de koets in 1826 af was, werd deze de week daarna gebruikt voor de opening van de Staten Generaal in Brussel. Kort daarop begon het in België te gisten en
kwamen de Belgen in opstand. Uiteindelijk namen zij de koets - en heel veel andere spullen van de Koning - in beslag. Pas in 1839 kwam de galakoets na onderhandelingen
in Nederlandse handen terug en werd in 1840 ingezet bij de inhuldiging van Willem II. Hij is daarna gebruikt voor allerlei ceremonies: Prinsjesdagen, huwelijken
en begrafenissen. Deze koets kreeg zijn bijnaam in de eerste plaats vanwege die, bijna onzichtbare, glazen band om de ornamenten te beschermen. Daarnaast had de koets
zeven, voor die tijd opvallend grote ruiten. Rond 1800 waren ruiten duur en kwetsbaar. In de meeste rijtuigen zaten daarom maar een of twee kleine ruitjes.
De Glazen Koets behield zijn prominente plaats tot Wilhelmina in 1898 van de Amsterdamse bevolking de Gouden Koets cadeau kreeg. Deze werd voor het eerst in 1901
gebruikt voor haar huwelijk met Prins Hendrik. De publieke vraag naar de Gouden Koets was zo groot en daarom reed vanaf 1903 de Gouden Koets op Prinsjesdag.
Vanaf Prinsjesdag 1903 nam de Gouden Koets de plaats in van de Glazen Koets. De laatste keren dat we de Glazen Koets zagen was bij het huwelijk van Prinses Juliana
en Prins Bernhard en het huwelijk van Prinses Beatrix en Prins Claus.

De Glazen Koets heeft een donkerblauwe kast, afgezet met een brede vergulde lijst van laurier- en eikenbladeren.
De naam komt van het glas dat de kwetsbare ornamentenrand die onder de vensters op de kast van de koets is aangebracht,
beschermt. Het interieur is bekleed met purper en beige fluweel en voorzien van geborduurde passementen, de zitkussens
zijn gevuld met een vulling van paardenhaar. De hemel is gemaakt van geborduurde beige en hemelsblauwe zijde.

In 1826 is de Glazen Koets in gebruik genomen. Tussen 1904 en 1923 werd soms de Gouden en soms de Glazen Koets gebruikt,
maar na 1923 is deze koets niet meer ingezet voor Prinsjesdag. Onlangs is de Glazen Koets gerestaureerd. De Gouden Koets
wordt gerestaureerd en is voor enkele jaren niet inzetbaar. Vanaf Prinsjesdag 2016 rijden de Koning en Koningin in de Glazen Koets.







Achter de schermen bij Prinsjesdag 2017


De Koninklijke Verzamelingen heeft achter de schermen foto's vrijgegeven via sociale media.


Foto: https://www.facebook.com/koninklijkeverzamelingen/


Foto: https://www.facebook.com/koninklijkeverzamelingen/


Foto: https://www.facebook.com/koninklijkeverzamelingen/


Foto: https://www.facebook.com/koninklijkeverzamelingen/


Foto: https://www.facebook.com/koninklijkeverzamelingen/


Foto: https://www.facebook.com/koninklijkeverzamelingen/

Troonrede 2017



Foto: Ministerie van Defensie / Valerie Kuypers


Foto: Ministerie van Defensie / Martijn Beekman

Leden van de Staten-Generaal,

Op Prinsjesdag zijn alle ogen traditioneel gericht op Den Haag. Maar vandaag zijn ons hart en onze gedachten in de eerste plaats bij de inwoners van Sint Maarten,
Saba en Sint Eustatius, die zo zwaar getroffen zijn door de verwoestende kracht van orkaan Irma. Wij allen leven intens mee. Juist in deze moeilijke omstandigheden
wordt de onderlinge verbondenheid in het Koninkrijk zichtbaar. Van vele kanten is er steun uitgesproken en wordt hulp geboden. De regering zal doen wat in haar
vermogen ligt om de acute nood te lenigen. Het Caribisch deel van het Koninkrijk staat er bij de wederopbouw niet alleen voor.

Kijkend naar Nederland zien we aan het einde van deze kabinetsperiode veel positieve ontwikkelingen. Meer mensen hebben een baan. Meer mensen kopen een huis.
Ondernemers investeren meer. En we zien na moeilijke jaren weer een bloeiende economie en een gezonde schatkist. Toch merkt niet iedereen de economische groei
voldoende in het dagelijks leven. Het is daarom belangrijk dat meer mensen gaan profiteren van de economische voorspoed.

Daarnaast zien we dat er in de wereld om ons heen veel aan de hand is. Denk aan alle oorlogen en gewapende conflicten die de wereld teisteren,
aan de dreiging van het terrorisme en aan migratie. Ook in de geopolitieke verhoudingen verandert er het nodige.

Dat Prinsjesdag dit jaar plaatsvindt in een tijd van kabinetsvorming betekent dat terughoudendheid geboden is bij het indienen van nieuwe voorstellen.
Dat ontslaat de regering niet van de plicht te doen wat in het landsbelang is. Bijsturing is altijd nodig om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen.

Mede dankzij de constructieve opstelling van veel partijen in de Staten-Generaal is het fundament onder Nederland de afgelopen jaren sterker geworden.
Ons land staat er stukken beter voor dan bij de start van het kabinet in 2012. Dat is het resultaat van de internationaal aantrekkende conjunctuur,
maar ook van het aanpassingsvermogen, het harde werken en de veerkracht van de Nederlandse bevolking.

Na jaren van tegenwind groeit de economie weer sinds 2014. Aan het begin van deze kabinetsperiode was er nog sprake van een krimp van 1 procent.
Dit jaar en volgend jaar is de verwachte groei 3,3 en 2,5 procent. Veel relevante seinen staan op groen: de export, consumptie en bedrijfsinvesteringen
groeien. Het overschot op de rijksbegroting loopt verder op.

Een baan hebben of werkloos zijn, maakt een groot verschil in het leven van mensen. Daarom is het zo positief dat steeds meer mensen betaald werk hebben.
De werkloosheid daalt in hoog tempo tot naar verwachting 4,3 procent volgend jaar. Maar hoe goed alle cijfers en prognoses ook zijn, niet iedereen profiteert
daarvan. Er zijn nog steeds mensen die moeite hebben om iedere maand de huur te betalen en rond te komen of die zich zorgen maken over hun baanzekerheid.
De regering heeft ervoor gezorgd dat alle groepen, ook sociale minima en ouderen, in 2018 in ieder geval hun koopkracht behouden.

In een open en internationaal georiënteerde samenleving als de onze is het buitenland altijd een invloedrijke factor. De tendens van de laatste jaren is helaas
dat de internationale instabiliteit toeneemt. Het is een trend die zich versterkt lijkt door te zetten en die de levens van mensen direct en indirect beïnvloedt.

De internationale verwevenheid van ons land is vaak verrijkend. Nederlanders gaan in grote aantallen in het buitenland op vakantie.
We staan wereldwijd in contact via sociale media. En we verdienen een groot deel van ons geld over de grens.

Globalisering is een gegeven waarop we als land moeten inspelen. Veel Nederlanders plukken er de vruchten van. Maar dat geldt niet voor iedereen en niet op alle terreinen.
Zo moeten mensen steeds vaker concurreren met werknemers uit andere landen, waarbij soms niet voor iedereen dezelfde spelregels gelden of worden gehanteerd.

Spanningen elders in de wereld monden vaak uit in oorlog en geweld. Dat geweld komt soms heel dichtbij. Het meest bedreigend zijn de terroristische aanslagen
in landen om ons heen. Plekken die bijna iedereen kent, kunnen zomaar veranderen in plaatsen van angst, verdriet en menselijk leed: de Promenade des Anglais,
Westminster Bridge, de Ramblas. Toch moeten wij ons niet door angst laten regeren. Het beste antwoord op terrorisme is dat we vasthouden aan onze manier van leven.
De betrokken veiligheidsdiensten zijn zeer alert en doen er alles aan om aanslagen te voorkomen. Bestrijden van radicalisering vraagt zowel om preventieve als
repressieve acties, van aandacht op scholen tot intrekken van het Nederlanderschap.

De kracht van onze manier van leven is dat ieder mens, ongeacht afkomst of overtuiging, in Nederland zichzelf kan zijn binnen de gedeelde waarden van de rechtsstaat.
De regering investeert op tal van manieren in maatschappelijke samenhang, in integratie, in de naleving van wetten en in de versterking van onze gedeelde normen en
waarden. Een verbonden samenleving is bovenal een gedeelde verantwoordelijkheid en een permanente opdracht waarin gezinnen, scholen, verenigingen, kortom wij allen,
een eigen en belangrijke rol hebben.

Om onze nationale veiligheid en welvaart te waarborgen werkt Nederland samen in de Europese Unie, de NAVO, de Verenigde Naties en andere internationale verbanden.
Alleen samen met anderen kunnen we immers de vele internationale opgaven het hoofd bieden. Daarom is de uittreding uit de Europese Unie van een natuurlijke bondgenoot
als het Verenigd Koninkrijk een teleurstellende stap, waar we zorgvuldig mee om dienen te gaan. In Brussel blijft Nederland zich hard maken voor een Europese Unie die
oplossingen biedt voor vraagstukken op terreinen als veiligheid, migratie en klimaat en energie.

Zo moeten de afspraken uit het klimaatakkoord van Parijs worden verankerd in een stevig Europees klimaat- en energiebeleid. Het tegengaan van klimaatverandering is
per definitie een internationale opgave, waaraan ieder land moet bijdragen. In Nederland voeren we het Energieakkoord onverkort uit. Hierin staat de reductie van
CO2-uitstoot centraal.

In 2018 is het Koninkrijk lid van de VN-Veiligheidsraad. Dit lidmaatschap onderstreept onze blijvende inzet voor stabiliteit wereldwijd, met alle middelen
die ons ter beschikking staan: diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inzet van militairen.

Het uitzenden van onze militairen is een grote verantwoordelijkheid die past in de internationale traditie waar Nederland voor staat en die in ons belang is. De
Nederlandse mannen en vrouwen die zich, ook ver van huis, inzetten voor vrede en veiligheid, verdienen onze steun en ons grote respect. De Nederlandse militaire inzet
blijft primair gericht op de bredere ring van instabiliteit rond Europa, omdat die Nederland en zijn bondgenoten het meest raakt. Onlangs heeft de regering u voorstellen
gedaan om de lopende missies in Litouwen, Afghanistan en Mali, en de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS en de bestrijding van piraterij in 2018 voort te zetten.

Om enkele urgente knelpunten aan te kunnen pakken, gaat er extra geld naar veiligheid en terrorismebestrijding. De inlichtingendiensten worden in staat gesteld meer
personeel te werven. De Koninklijke Marechaussee krijgt middelen om de grensbewaking te versterken, onder andere op de luchthaven Schiphol. Om de toenemende risico’s
en dreigingen in de digitale wereld beter het hoofd te kunnen bieden, komt er extra geld om op te treden tegen cyberspionage, cybersabotage en cybercriminaliteit.

Veiligheid en stabiliteit vormen ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk de basis voor groei en welvaart. Daarom komt er extra geld voor de kustwacht en worden
de inspanningen om de grensoverschrijdende en ondermijnende criminaliteit tegen te gaan, voor vier jaar voortgezet. Goed onderwijs en armoedebestrijding zijn essentieel
bij het werken aan structurele verbetering van de situatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk. De regering biedt waar mogelijk praktische ondersteuning aan lokale
initiatieven. De recente afspraken over armoedebestrijding met de nieuwe regering van Curaçao zijn hiervan een voorbeeld.

De regering voelt de blijvende en bijzondere verantwoordelijkheid om recht te doen aan de onschuldige slachtoffers van vlucht MH17. Op 17 juli jongstleden, exact
drie jaar na het neerhalen van het vliegtuig, kwamen hun nabestaanden bijeen in het herinneringsbos in Vijfhuizen, waar 298 bomen herinneren aan de slachtoffers.
Onlangs hebben alle betrokken landen besloten dat de volgende stap, de strafrechtelijke vervolging en berechting van de daders, zal plaatsvinden in Nederland.
Vanaf 2018 is daarvoor geld gereserveerd.

Voor de verpleeghuiszorg is volgend jaar meer geld beschikbaar. Het doel is om meer liefdevolle zorg te kunnen bieden aan de meest kwetsbare ouderen ,door de inzet
van meer personeel. Dit komt tegemoet aan een breed levende wens in de samenleving en in de Staten-Generaal. Om te voldoen aan de normen voor kwaliteit in verpleeghuizen,
wordt in 2018 een eerste stap gezet met een budgetverhoging van 435 miljoen euro.

Goed onderwijs voor alle kinderen is belangrijk en leraren maken daarin het verschil. Daarvoor verdienen zij waardering.
De regering investeert 270 miljoen euro in de verbetering van en nieuwe afspraken over de arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs.

De gaswinning in Groningen is in deze kabinetsperiode met meer dan de helft gereduceerd en per 1 oktober aanstaande wordt de productie verder teruggebracht.
Maar er is meer nodig om recht te doen aan de getroffen Groningers. Een schadefonds en een nieuw schadeprotocol zijn in voorbereiding. De regering realiseert
zich dat de grote zorgen van de mensen die wonen in het aardbevingsgebied in Groningen niet zomaar zijn weggenomen.

Leden van de Staten-Generaal,

Op Prinsjesdag kijken we naar de stand van zaken in ons land, om van daaruit het beleid verder vorm te geven. Het is altijd een momentopname en nooit een eindbeeld.
Voor de regering ligt er een permanente opdracht om te werken aan groei en een beter leven voor iedereen die in ons land woont. Dat past ook bij onze geschiedenis,
waarin we met elkaar telkens weer de weg omhoog hebben weten te vinden.

Op de drempel van de volgende kabinetsperiode start vandaag een nieuw parlementair jaar, waarin het programma van een volgend kabinet bepalend zal zijn voor uw werk.
Nederland is een coalitieland. Door samenwerking is in de achter ons liggende periode veel bereikt en er is veel om op verder te bouwen. U hebt daarin als
volksvertegenwoordigers een bijzondere verantwoordelijkheid. U mag zich gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht
en Gods zegen voor u bidden.


Foto: Ministerie van Defensie / Valerie Kuypers

Bron: RVD, www.koninklijkhuis.nl

Informatie bronnen voor deze pagina: RVD/Koninklijk Huis / Rijksoverheid


Copyright © 2006-2017 https://koningsfan.dse.nl/


Homepage