Paleizen



Deze pagina gaat over de Paleizen van ons Koningshuis.




Paleis Noordeinde



Van hofstede tot paleis 1533- 1675


Het oudste gedeelte van het paleis dateert van voor 1533.
In dat jaar laat de rentmeester van de Staten van Holland, Willem Goudt, op de plek van het paleis een middeleeuwse
hofstede verbouwen tot een groot woonhuis. De kelders van deze hofstede maken nog steeds onderdeel uit van het
souterrain van het paleis. Van 1566 tot 1591 heeft het paleis een andere eigenaar.
Daarna wordt het door de Staten van Holland gehuurd en in 1595 gekocht.
Het woonhuis wordt dan ter beschikking gesteld aan de weduwe van Prins Willem van Oranje,
Louise de Coligny en haar zoon Frederik Hendrik.
Als dank voor de door Willem van Oranje bewezen diensten, schenken de Staten het gebouw in 1609 aan zijn familie.
Prins Frederik Hendrik breidt het woonhuis, dat het Oude Hof wordt genoemd, fors uit. Hij koopt diverse stukken
grond rond het pand aan. Bij de verbouwing zijn onder andere Jacob van Campen en Pieter Post betrokken.
Zij waren ook verantwoordelijk voor de bouw van Paleis Huis ten Bosch in 1645.
De Prins laat het hoofdgebouw verlengen en aan weerszijden vleugels aanbouwen.
Zo ontstaat de karakteristieke H-vorm van het paleis die het nu nog steeds heeft.
Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 wordt het Oude Hof regelmatig bewoond door zijn weduwe, Prinses Amalia,
Gravin van Solms-Braunfels. Als zij in 1675 overlijdt, wordt nog maar weinig gebruik gemaakt van het Paleis.
Na het overlijden van Koning-Stadhouder Willem III in 1702 wordt het Paleis geërfd door de Pruisische Koning Frederik Willem,
een kleinzoon van Frederik Hendrik. In 1754 verkoopt Koning Frederik de Grote van Pruisen zijn bezittingen
in de Nederlanden aan Prins Willem V.

De Franse Tijd 1795-1813


De zoon van stadhouder Willem V, erfprins Willem (de latere Koning Willem I), gaat in 1792 op het paleis wonen.
Maar als in 1795 de Fransen het land binnen vallen, is het stadhouderlijk gezin gedwongen uit te wijken
naar Engeland. Het Oude Hof wordt eigendom van de Bataafse Republiek. Zo wordt het Oude Hof nationaal bezit.
Dat is het tot op de dag van vandaag.

Een Koninklijk Paleis


Na de val van Koning Lodewijk Napoleon keert erfprins Willem in 1813 terug uit Engeland.
In de Nederlanden wordt hij uitgeroepen tot soeverein vorst. In de Grondwet wordt vastgelegd dat aan de Koning
een zomer- en een winterverblijf ter beschikking moeten worden gesteld door de Staat.
Eerst wordt overwogen een nieuw winterpaleis te laten bouwen. Maar uiteindelijk wordt besloten tot een grondige
verbouwing van het Oude Hof, zoals Paleis Noordeinde dan nog wordt genoemd.
In 1817 wordt Paleis Noordeinde in gebruik genomen door Koning Willem I. Tot zijn troonsafstand in 1840 woont
hij op het paleis. Zijn opvolger, Koning Willem II, maakt geen gebruik van het paleis.
Koning Willem III gebruikt Paleis Noordeinde net als zijn grootvader als winterpaleis.
Hij heeft wel een voorkeur voor zijn zomerpaleis Het Loo in Apeldoorn.
In 1876 geeft hij opdracht tot de bouw van de Koninklijke Stallen in de Paleistuin van Noordeinde.
Ook na het huwelijk van Koning Willem III met Koningin Emma blijft het Paleis als winterpaleis in gebruik.
Hun dochter, Prinses Wilhelmina, wordt in 1880 op Noordeinde geboren.
Na het overlijden van Koning Willem III in 1890 blijven Koningin Emma en haar dochter
Noordeinde als winterresidentie gebruiken. In 1895 geeft de Regentes de opdracht tot de bouw van het
Koninklijk Huisarchief in de tuin van het Paleis.

Paleis Noordeinde in de 20e eeuw


In 1901 verhuist Koningin Emma naar Paleis Lange Voorhout.
Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik blijven als bewoners van Paleis Noordeinde achter.
Koningin Wilhelmina maakt tot aan de Duitse inval in 1940 veel gebruik van het Paleis.
Paleis Noordeinde wordt na de oorlog als winterpaleis gebruikt.
In 1948 wordt het middengedeelte van het paleis door brand verwoest. In dat jaar wordt Juliana Koningin.
Zij geven de voorkeur aan Paleis Soestdijk als officiële residentie.
Wel blijft een gedeelte van de hofhouding haar werkruimtes in Noordeinde houden.
Tussen 1952 en 1976 is in de noordelijke vleugel van het Paleis het Institute of Social Studies gevestigd.

Sinds 1984 werd het paleis na een grondige restauratie weer intensief gebruikt als werkpaleis van
Koningin Beatrix tot haar abdicatie op 30 april 2013.
Sinds 30 april 2013 is Paleis Noordeinde het werkpaleis van Koning Willem-Alexander.

Het Rijk stelt het paleis bij wet aan het staatshoofd ter beschikking.
Tot het paleis behoren ook de Koninklijke Stallen.
In de paleistuin bevindt zich het Koninklijk Huisarchief,
dat eigendom is van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau.


Paleis Huis ten Bosch



Zomerresidentie en mausoleum 1645 -1652


In 1645 wordt begonnen met de bouw van Paleis Huis ten Bosch.
Het moet de zomerresidentie worden van stadhouder Prins Frederik Hendrik en zijn vrouw, Prinses Amalia.

Zomerresidentie
Paleis Huis ten Bosch begint haar geschiedenis als Sael van Oranje.
De Sael van Oranje is als deze gebouwd wordt, bedoeld als zomerresidentie voor stadhouder Prins Frederik Hendrik van Oranje
en zijn vrouw, Prinses Amalia, Gravin van Solms. Het initiatief voor de bouw ligt met name bij de Prinses.
Op 2 september 1645 wordt de eerste steen gelegd door de vroegere Koningin van Bohemen, Elisabeth.
Het ontwerp van het paleis is van architect Pieter Post. Hij is ook betrokken bij de bouw van onder andere het
Mauritshuis, de vergaderzaal van de Staten van Holland (tegenwoordig vergaderzaal van de Eerste Kamer) en het
Oude Hof (het tegenwoordige Paleis Noordeinde).

Mausoleum
Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 verandert de prinses-weduwe de bestemming van het paleis
van zomerresidentie in mausoleum ter nagedachtenis van haar man. Onder leiding van de schilder
Jacob van Campen wordt de centrale zaal van de residentie, de Oranjezaal, volledig gewijd aan leven en werk
van de Prins. Het grootste en meest opvallende doek in deze zaal, Frederik Hendrik als Triomfator,
is van de hand van Jacob Jordaens en wordt in 1652 voltooid.

Bewoners 1675 - 1795


In deze periode heeft het paleis vier verschillende eigenaren.
Onder de laatste, Prins Willem IV, wordt het paleis grondig verbouwd.

Franse tijd 1795 -1813


Onder de Franse overheersing wordt het paleis nationaal bezit.
Dat is het tot op de dag van vandaag gebleven.
Lodewijk Napoleon verandert ook het interieur van het paleis.
Hiermee is de introductie van de zogenaamde Empire-stijl in Nederland een feit.
Lodewijk Napoleon heeft veel invloed op het interieur en exterieur van het Paleis,
ondanks zijn korte bewoning ervan. De uitbreidingen en verfraaiingen die hij initieert,
betekenen de introductie van de Empire-stijl in Nederland.
Veel van zijn Empire meubelen zijn nog steeds op Huis ten Bosch te vinden.

Koninklijk zomerverblijf 1815 -1940


Vanaf de uitroeping van Willem I tot Koning der Nederlanden in 1815 is Paleis Huis ten Bosch
regelmatig door de leden van het Koninklijk Huis bewoond.
Koning Willem I maakt gebruik van het paleis.
Later wordt het in de zomermaanden bewoond door Koningin Sophie, de eerste vrouw van Koning Willem III.
Koningin Wilhelmina verruilt haar zomerresidentie Het Loo bij Apeldoorn voor Huis ten Bosch gedurende
de Eerste Wereldoorlog. Ze woont er ook even in de dagen voordat ze met Prinses Juliana en haar gezin
naar Engeland moet uitwijken als gevolg van de Duitse inval in mei 1940.

Tweede Wereldoorlog 1940 -1945


Huis ten Bosch heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden.
Een plan van de Duitse bezetter om het gebouw af te breken teneinde een tankgracht te kunnen graven gaat,
dankzij inspanningen van de intendant van het paleis, niet door.
Na de bevrijding blijkt Huis ten Bosch onbewoonbaar te zijn. De kunstschatten zijn weliswaar tijdig
in veiligheid gebracht, maar muren, zolderingen en vloeren zijn beschadigd door kogels,
granaat- en bomscherven.

Koninklijke residentie


Tussen 1950 en 1981 wordt het paleis twee keer gerestaureerd.
De Oranjezaal wordt na een gehele restauratie van drie jaar in 2001 opnieuw in gebruik genomen door de Koningin.
Paleis Huis ten Bosch in Den Haag is in 1981 door het Rijk aan Koningin Beatrix ter beschikking gesteld.
De privé-vertrekken zijn ondergebracht in de Wassenaarse vleugel.
Daarnaast heeft Paleis Huis ten Bosch ook een representatieve functie, gecentraliseerd in het hoofdgebouw.
De Haagse vleugel van het paleis wordt gebruikt voor ondersteunende doeleinden en als gastenverblijf.

Tot 2014 was Paleis Huis ten Bosch het woonpaleis van Prinses Beatrix.
Prinses Beatrix heeft op 4 februari 2014 officieel haar intrek genomen in Kasteel Drakensteyn te Lage Vuursche in de gemeente Baarn.
Op een nader te bepalen moment verhuizen Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en hun drie dochters naar Paleis Huis ten Bosch.


Paleis op de Dam, Koninklijk Paleis Amsterdam



1648: Een nieuw stadhuis


Oorspronkelijk is het Koninklijk Paleis Amsterdam ontworpen als stadhuis voor de gehele bestuurlijke
en rechterlijke macht. De beroemde bouwmeester Jacob van Campen krijgt de opdracht in 1648
van de Burgemeester en Schepenen van Amsterdam. Dezelfde Van Campen was ook betrokken bij de bouw
van Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag.
Het gebouw is volledig opgetrokken uit witte bouwsteen.
Dat is vandaag de dag door de verwering van eeuwen niet meer te zien.
Op 29 juli 1655 wordt het eerste gedeelte van het pand in gebruik genomen door de gemeente Amsterdam.

Decoratie
Op dat moment is de bouw en de versiering van de interieurs pas tot de eerste verdieping gevorderd.
Voor de afwerking van het gebouw worden bekende beeldhouwers naar Amsterdam gehaald.
Ook vooraanstaande schilders, zoals Rembrandt en Ferdinand Bol, leveren hun bijdrage aan het interieur.
Centraal bij de inrichting staat de symbolisering van de macht van Amsterdam en van de Republiek
in het algemeen.

1808: Stadhuis wordt Paleis


Het gebouw wordt voor het eerst als paleis gebruikt gedurende enkele dagen in 1768.
Reden is de feestelijke ontvangst van stadhouder Willem V en zijn vrouw, Prinses Wilhelmina van Pruisen,
in de hoofdstad. In 1806 wordt Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon, Koning van Holland.
Lodewijk Napoleon kiest aanvankelijk Den Haag als residentie.
In 1807 echter besluit hij om de residentie naar het economische centrum Amsterdam te verplaatsen.
In 1808 neemt de Koning het stadhuis op de Dam in gebruik als Koninklijk Paleis.

Empire stijl
De herinrichting van het gebouw in empire-stijl vindt plaats onder leiding van de architect J.T. Thibault.
Het Koninklijk museum, de voorloper van het Rijksmuseum in Amsterdam, wordt ook in het Paleis ondergebracht.
Op 2 juli 1810 doet Lodewijk Napoleon afstand van de troon en wordt Nederland ingelijfd bij Frankrijk.
De Franse landvoogd, Charles François Lebrun, krijgt van de Franse keizer toestemming het
Paleis te gebruiken als woning.

Koning Willem I


Na de val van Napoleon in 1813 geeft Prins Willem van Oranje, de latere Koning Willem I,
het paleis in eerste instantie terug aan Amsterdam.
Na zijn inhuldiging ziet Willem I echter het belang in van een verblijfplaats in de hoofdstad.
Het gemeentebestuur van Amsterdam stelt het voormalige stadhuis op zijn verzoek opnieuw ter beschikking
aan de Koning. Het duurt echter tot 1936 voordat het Paleis officieel rijkseigendom wordt.

Huidige gebruik


Net als Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag is het Koninklijk Paleis te Amsterdam
door het Rijk bij wet aan de Koning ter beschikking gesteld.
Dit is het enige paleis dat is opengesteld voor het publiek.

Het paleis heeft vandaag de dag hoofdzakelijk een representatieve functie.
Daarnaast is het gebouw regelmatig te bezichtigen voor publiek en worden er tentoonstellingen georganiseerd.

Het wordt onder meer gebruikt tijdens staatsbezoeken, voor de Nieuwjaarsrecepties van de Koningin
en voor andere officiële ontvangsten. Ook vinden er jaarlijks de uitreiking van de Erasmusprijs,
de Zilveren Anjer, de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en de Prins Claus Prijs plaats.

Op de momenten dat de leden van het Koninklijk Huis geen gebruik maken van het paleis,
wordt het gebouw door de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam opengesteld voor het publiek.
In de zomermaanden vindt er traditiegetrouw een tentoonstelling plaats over een historisch of
kunsthistorisch aspect van het gebouw. Na de jaarlijkse uitreiking van de
Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in oktober zijn de geselecteerde kunstwerken
voor het publiek te bezichtigen.

Tussen 2005 en 2009 is het paleis van binnen opnieuw gerestaureerd en was daardoor gesloten voor het publiek.
Bij de restauratie is asbest verwijderd en zijn technische installaties vervangen.
Ook de gastenverblijven zijn gemoderniseerd en opgeknapt.
Van 2009 tot 2012 vond een renovatie van de buitenzijde plaats.
Daarbij is onder andere de gevel gereinigd, waardoor het paleis zijn originele
witte kleur weer terug heeft gekregen.


De Eikenhorst



De Eikenhorst


De Eikenhorst op Landgoed De Horsten is tussen 1985 en 1987 gebouwd in opdracht van Prinses Christina,
de jongste zus van de toenmalige Koningin Beatrix.

De architect van de Eikenhorst is ir. J. Baron van Asbeck.
Hij is ook verantwoordelijk voor de restauratie van Paleis Het Loo.
Inspiratie voor de Eikenhorst was een gelijknamige 17e eeuwse boerderij die ooit in de buurt van de
huidige villa stond. Het gezin van Prinses Christina woont tot 1996 in de Eikenhorst.

De Eikenhorst is nu nog in gebruik door Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima en hun drie dochters.
Op een nader te bepalen moment verhuizen Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en hun drie dochters naar Paleis Huis ten Bosch.


De Horsten


De Koninklijke Landgoederen ‘de Horsten’, zijn sinds 1845 geheel in het bezit van de Koninklijke Familie.

In 1838 kocht Prins Frederik, tweede zoon van Koning Willem I, twee van de drie horsten
(verhoogde strandwallen) waaruit het landgoed bestond: Raephorst en Ter Horst.
In 1845 voegde hij daar de derde horst, Eikenhorst, bij.
Prins Frederik koos Huize de Paauw op landgoed Raephorst als zijn zomerverblijf.
Huize de Paauw is sinds 1925 het raadhuis van Wassenaar.

Toen de Prins in 1881 overleed, erfde zijn dochter Prinses Marie von Wied De Horsten.
In 1903 verkocht zij de Horsten aan Koningin Wilhelmina.
De Koningin hield erg van deze groene omgeving en ging er regelmatig schilderen.
Na het overlijden van Wilhelmina in 1962 erfde Koningin Juliana het landgoed.
Nu is het landgoed eigendom van Prinses Beatrix.

De Tuinen


Prins Frederik nam het landgoed na aankoop in 1838 grondig onder handen.
Hij huurde de tuinarchitecten Zocher (verantwoordelijk voor het ontwerp van het Amsterdamse Vondelpark)
en Petzold in. Zij legden de Horsten aan in Engelse landschapsstijl, die op dat moment erg populair was.


Huis het Loo




Huis Het Loo in Apeldoorn is de woning van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven.
Het huis staat op het terrein van Paleis Het Loo, dat een museum is.

De Woning


Huis Het Loo is begin jaren '70 gebouwd onder leiding van de Amsterdamse architect Maarten Evelein.
In 1975 hebben de Prinses en prof.mr. Van Vollenhoven er hun intrek genomen.
Het huis is opgetrokken uit baksteen en hout. Het bestaat uit drie delen: een privé-gedeelte,
een officieel gedeelte en een kantoorgedeelte. Deze zijn onderling verbonden.
Het arboretum (bomentuin) waar Huis Het Loo op uitkijkt,
is nog aangelegd in opdracht van Koning Willem III (1817-1890).


Paleis Het Loo




Paleis Het Loo is ontworpen door Jacob Roman.

Stadhouder Willem III kocht in 1684 het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo,
om ernaast een nieuw jachtverblijf te bouwen. Het jachtverblijf werd vooral gebruikt als
buitenverblijf voor de vrouw van Willem III, Mary II Stuart.
Nadat Willem III Koning van Engeland was geworden, breidde hij het paleis in 1692 en 1693 uit,
waarbij de gebouwde zuilenrijen plaatsmaken voor paviljoens.
De zuilenrijen kwamen in de nieuw ontworpen tuin te staan.
Het interieur is grotendeels ontworpen door Daniel Marot.

19e en 20e eeuw


In 1807 liet Lodewijk Napoleon het paleis veranderen in Empire-stijl, maar hield daarbij de stijl van Marot in ere.
Koning Willem I liet tijdens zijn koningschap de tuinen aanpassen in Engelse landschapsstijl.
Koning Willem III liet enkele zalen aanbouwen. Koningin-regentes Emma moderniseerde het paleis
door onder andere elektriciteit aan te leggen. Koningin Wilhelmina nam het initiatief het paleis deels
in 17e-eeuwse staat terug te brengen. In 1911 gaf de regering opdracht een extra verdieping aan
het gebouw toe te voegen en er een grote eetzaal bij te bouwen. Hierna zag Koningin Wilhelmina
van verdere restauratie af. Zij gebruikte het paleis als haar zomerpaleis en betrok na haar
troonsafstand een appartement in het westelijke buitenpaviljoen.
Na haar overlijden in 1962 werd zij opgebaard in de paleiskapel van het Loo.

Prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven waren de laatste bewoners van het paleis.
Zij woonden in de Oostvleugel. In 1975 besloot Koningin Juliana dat het paleis een museumbestemming
zou krijgen. In 1984 werd het paleis opengesteld voor publiek, na een ingrijpende restauratie
en reconstructie van de tuin, volgens het ontwerp uit de 17e eeuw.

Huidig gebruik


In 1971 werd besloten dat Paleis Het Loo een museum zou worden.
In het museum is te zien hoe leden van het Koninklijk Huis in het paleis leefden.
In de stallen is een grote collectie rijtuigen uit het bezit van het Koninklijk Staldepartement te zien.
In een zijvleugel van het paleis zit het Museum van de Kanselarij van de Nederlandse Orden waar
een collectie binnenlandse en buitenlandse ordetekenen en onderscheidingen is te zien.

Er worden regelmatig wisselende tentoonstellingen in het museum gehouden.
De toenmalige Koningin Beatrix vierde op het paleis in 1998 haar zestigste verjaardag.
Prins Maurits en Prinses Marilène trouwden er voor de burgerlijke stand.
Ook is een aantal leden van de jongste generatie van de Koninklijke Familie in de paleiskapel gedoopt.

Het museum trekt circa 400.000 bezoekers per jaar. Regelmatig worden in het museum tentoonstellingen
georganiseerd, onder andere met stukken uit de collectie van het Koninklijk Huisarchief.
Bovendien is ook een groot gedeelte van de vaste opstelling uit de Stichting Historische Verzamelingen
van het Koninklijk Huis afkomstig.

Het paleis en de tuinen zijn van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 17.00 uur opengesteld voor publiek.


Jachtslot Het Oude Loo






Jachtslot Het Oude Loo is een jachtslot op het Kroondomein Het Loo in Apeldoorn.
Het Oude Loo wordt gebruikt door de Koninklijke Familie als buiten- en logeerverblijf.
Het Oude Loo is een rijksmonument en is sinds 1968 eigendom van de Nederlandse Staat.
De Koning huurt Het Oude Loo van de Nederlandse Staat.

Geschiedenis Het Oude Loo


Het Oude Loo wordt voor het eerst genoemd in 1439, als bezitting van Udo Talholt.
Stadhouder Willem III kocht het jachtslot in 1684 van Johan van Ulft,
om op het terrein een nieuw paleis, Paleis Het Loo, te bouwen.

In de Franse tijd werd het slot nationaal bezit en werden er Franse soldaten ondergebracht.
Toen Lodewijk Napoleon Koning van Nederland werd, dempte hij de gracht rond het Oude Loo.
Als kind was hem voorspeld dat hij zou verdrinken, dus deed hij alles om de kans te verkleinen.

Na de Franse tijd was Koning Willem III vaak op Het Oude Loo.
Koningin Wilhelmina liet het kasteel door dr. J.P.H. Cuypers in 1904 restaureren.
De gedempte gracht liet zij weer openen. In 1968 kreeg C.W. Royaards een opdracht tot restauratie,
waarbij hij veel werk van Cuypers ongedaan maakte. Ir. J.B. baron van Asbeck voltooide na het
overlijden van Royaards de restauratie van zowel Het Oude Loo als Paleis Het Loo.




Paleis Soestdijk



Van jachthuis...


Rond 1650 liet een Amsterdamse burgemeester een jachthuis bouwen tussen Soest en Baarn.
De jonge stadhouder Willem III, een fervent jager, kocht de hofstede aan de Zoestdijck in 1674.
De stadhouders jaagden er, hun weduwen brachten er hun zomers door. In 1795 verloor de familie het jachtslot.
Onder Franse invloed werd Soestdijk ‘genationaliseerd’. Het veranderde zelfs even in een Franse kazerne.

In 1815 was alles weer anders. De Fransen waren weg, Nederland was een koninkrijk en de kroonprins –
de latere Koning Willem II – kreeg het jachtslot cadeau voor zijn optreden in zijn veldslagen tegen de Fransen.

Tot zomerpaleis...


De kroonprins en zijn Russische vrouw, Prinses Anna Paulowna, lieten Soestdijk verbouwen tot een
echt zomerpaleis. Er kwamen twee zijvleugels en alles werd naar de smaak van de tijd - in empirestijl –
ingericht. Ook na hen bleef de koninklijke familie het paleis gebruiken als zomerverblijf.
Vooral Koningin-moeder Emma kwam er graag. In 1928 kreeg zij voor haar 70ste verjaardag een bijzonder geschenk:
elektrisch licht op Paleis Soestdijk.

Tot koninklijke residentie...


Permanent bewoond werd Paleis Soestdijk pas vanaf 1937, toen Prinses Juliana en Prins Bernhard er na hun
huwelijk hun intrek namen. Het Nederlandse volk had het paar als Nationaal Huldeblijk een verbouwing
aangeboden. Het paleis kreeg centrale verwarming en een comfortabel, modern appartement aan de achterzijde.
In 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Tot de bevrijding in 1945 week het prinselijk gezin uit naar
het buitenland. Opnieuw herbergde Paleis Soestdijk buitenlandse militairen, ditmaal Duitse officieren.

Na de bevrijding keerde het gezin terug en in 1948 volgde Prinses Juliana haar moeder Wilhelmina
op als koningin. Paleis Soestdijk werd daarmee de koninklijke residentie.
Onvergetelijk zijn de feestelijke defilés die op Koninginnedag door de voltallige
koninklijke familie op het bordes werden afgenomen.

Prinses Juliana en Prins Bernhard woonden vanaf 1937 tot hun overlijden in 2004 in Paleis Soestdijk. Het paleis werd in 1971 eigendom van de Nederlandse Staat.
Na het aftreden van Juliana werd vastgelegd dat zij en haar man tot hun dood kosteloos van Paleis Soestdijk gebruik konden blijven maken.

Open voor publiek


Sinds het overlijden van prins Bernhard staat het paleis leeg. In oktober 2005 werd het paleis weer ter beschikking gesteld aan de eigenaar, de staat.
Op 24 april 2006 werd bekendgemaakt dat Paleis Soestdijk voor een periode van drie jaar zou worden opengesteld. In de daaropvolgende maanden werden het
Paleis en het park gereed gemaakt voor de openstelling. In een bosperceel van het park werden bomen gekapt voor de aanleg van 230 parkeerplaatsen.
In de oranjerie kwam een horecavoorziening en de watertoren werd omgebouwd tot museumwinkel. Deze museumwinkel werd later verplaatst naar de garderoberuimte in het Paleis.

In het paleis kwam een expositie over de geschiedenis van het Paleis en zijn bewoners. Deze was alleen met een rondleiding te bezoeken, en voerde door de
staatsievertrekken van het paleis, die grotendeels oorspronkelijk ingericht waren. Verder waren er enkele privévertrekken van de laatste bewoners te zien,
hoewel die reeds ontdaan waren van vrijwel alle privébezittingen. Tussen december 2006 en februari 2007 werden bewoners van Baarn en Soest als eerste uitgenodigd
voor een rondleiding. Daarna was het paleis open voor iedereen. Kaarten voor de rondleiding in het Paleis waren alleen via de website van het Paleis te koop.
Het park was wel te bezoeken na betaling aan de kassa. Op 10 oktober 2007 verwelkomde de stichting de 100.000e bezoeker. In 2009 besloot de regering dat de
openstelling van het paleis met een jaar werd verlengd. Tot en met 2010 kwamen er in ruim vier jaar tijd meer dan 600.000 bezoekers naar Paleis Soestdijk.

Op 1 januari 2011 werd het paleis gesloten voor publiek, maar deze sluiting werd een maand later teruggedraaid toen bleek dat de vraag naar rondleidingen groot bleef.
Besloten werd om het Paleis per 1 maart 2011 weer open te stellen, eerst alleen op vrijdagen, zaterdagen en zondagen, vanaf 2012 vaker.

Het Paleis zal begin 2018 defenitief de deuren sluiten als museum van de Oranjes.
Het Paleis is voor velen dé plek die herinnert aan Koningin Juliana, Prins Bernhard en de jaarlijkse defilés.

Paleis Soestdijk wordt platform voor innovatie


Op 8 juni 2017 is door het Rijksvastgoedbedrijf het volgende bekend gemaakt:

Het consortium Made By Holland is met een bod van 1,7 miljoen euro de hoogste bieder om Paleis Soestdijk en het bijbehorende landgoed te kopen
en verder te ontwikkelen. Het consortium maakt er een platform van voor innovaties en excellent ondernemerschap, met tentoonstellingen en
evenementen voor een breed publiek. Er komen ook horeca en woningen.

Dat schrijft minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan de Tweede Kamer. Ook de gemeenteraden van Baarn en Soest en
Provinciale Staten van Utrecht zijn geïnformeerd. De gemeenten en de provincie zijn ook al eerder in de procedure betrokken.

Het park rond Paleis Soestdijk wordt een proeftuin waar innovatie te zien en te beleven is. Het Paleis biedt ruimte aan tentoonstellingen.
In de vleugels en gebouwen in het park kunnen bedrijven en kennisorganisaties hun nieuwste innovaties presenteren aan een breed publiek.
Het gaat dan bijvoorbeeld om waterbeheersing, agricultuur en voeding, design en duurzame energie.

Aan de overkant van de Amsterdamsestraatweg is ruimte voor ontvangsten en evenementen als muziek, dans, theater en film/fotografie.
Op verschillende plekken op het landgoed komt horeca (ook hotelvoorzieningen). Het bosgebied dat nu nog is afgesloten, gaat open voor recreanten.
Op het terrein van de voormalige marechausseekazerne komen woningen.

Het consortium Made By Holland bestaat uit Meyer Bergman Investments B.V., Beheer- en Exploitatiemaatschappij Westergasfabriek B.V.,
adviesbureau Hylkema Consultants en Leeuwenpoort Ontwikkeling B.V..

Het consortium heeft de race om Paleis Soestdijk te kopen met een bod van 1,7 miljoen euro gewonnen van twee andere bieders:
het initiatief Eden Soestdijk en het plan Buitenplaats Soestdijk. In een eerdere ronde waren alle drie de initiatieven al inhoudelijk beoordeeld.
Ze voldeden allemaal aan de kwalitatieve en duurzame criteria voor de toekomst van Paleis Soestdijk. In de laatste ronde telde alleen nog de
hoogte van het bod en eventuele voorwaarden daarbij.

Verkopende partij is het Rijksvastgoedbedrijf.

Bron: https://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/


Kasteel Drakensteyn




Kateel Drakensteyn ligt aan de rand van het dorpje Lage Vuursche (gem. Baarn).
Drakensteyn wordt ook wel geschreven als 'Drakestein', 'Drakenstein', of als 'Drakensteijn'.

Geschiedenis


De geschiedenis van Drakensteyn loopt synchroon aan die van Drakenburg.
De heerlijkheid Drakensteyn was oorspronkelijk een leen van het kapittel van St. Jan te Utrecht.
In 1359 wordt dit leen voor 28 jaar in erfpacht gegeven aan Werner van Drakenborg.
Een jaar later ontving hij van de priorin van het Vrouwenklooster te De Bilt een 'stuk veens aan
de Vuursche' in eeuwige erfpacht met een hofstede Drakensteyn, die Werner 'heeft opgetimmerd'.
In 1362 draagt Werner de hofstede op aan bisschop Jan van Arkel, van wie hij het kasteel in leen terug krijgt.
Twee jaar later wordt hij benoemd tot Schout van Utrecht.
In 1387 (de 28 jaar erfpacht zijn dan afgelopen) wordt Drakensteyn gepacht door de zoon van Werner,
Frederik van Drakenborg. Deze Frederik bezit ook Drakenborg en een steenhuis in Houten
(dat een voorganger van het huidige kasteel Heemstede was).
In 1403 krijgt hij van de stad Utrecht toestemming om op het kasteel te wonen,
zonder zijn burgerrecht te verliezen. Hij was getrouwd met Cornelia Taets van Oudaen,
waardoor ook Kasteel Oudaen in de familie komt. Het is niet precies duidelijk wanneer Frederik is gestorven.
We vermoeden in 1436, omdat in dat jaar de 3 kastelen worden beleend aan Johan van Drakenburg.

Johan sterft in 1456 kinderloos en wordt dan opgevolgd door zijn broer Johannes van Drakenburg,
die kanunnik van het domkapittel was. Bij het overlijden van Johannes in 1498 worden Drakensteyn,
Oudaen en Drakenburg nagelaten aan zijn neef Frederik, die de oudste zoon van zijn oudere broer Ernst was.
Deze Frederik van Drakenburg was getrouwd met een dochter van de heer van Nijenrode.
Frederik sterft in 1518 en zijn broer Johan erft. Niet lang heeft Johan gebruik kunnen maken van de 3 kastelen,
want hij sterft al in maart 1520. Omdat hij alleen een dochter heeft, Josina van Drakenburg,
erft zij Drakensteyn, Drakenburg en Oudaen. Zij trouwt met Dirk van Zuylen van de Haar,
die eigenaar is van De Haar. Waarschijnlijk woonden ze op het twee jaar eerder herbouwde kasteel De Haar.

Dirk van Zuylen was ook Schout van Utrecht en zal waarschijnlijk niet op Drakensteyn gewoond hebben.
Drakensteyn wordt overgedragen aan zijn zoon Claas van Zuylen van de Haar, die het een jaar later overdraagt
aan Karel van Bourgondië, heer van Sommelsdijke en St. Annaland. Karel was gehuwd met de tweede dochter van
Johan van Kuilenburg tot Renswoude. Deze Johan heeft twee dochters: de oudste erft kasteel Renswoude en de
tweede dochter erft landgoed De Vuursche. Na het overlijden van Karel erft zijn tweede zoon Jan de goederen
Drakensteyn en de Vuursche, waar hij in 1597 mee wordt beleend. In 1610 worden deze goederen te koop aangeboden
door Jan van Bourgondië en de nieuwe eigenaar wordt mr. Simon van Veen, Raadsheer bij de Hoge Raad.
Na het overlijden van Van Veen worden Drakensteyn en De Vuursche door zijn kinderen verkocht aan
jhr. Ernst van Reede in 1625, die er pas in 1634 mee wordt beleend.

In 1640 volgt Gerard van Reede zijn vader op. Gerard herbouwt Drakensteyn in de vorm van een achtkantig
landhuis. Dit nieuwe huis wordt niet op dezelfde plaats gebouwd als de oorspronkelijke woontoren.
Op oude kaarten uit ca 1580 en 1619 zien we, dat deze gestaan moet hebben op een ronde heuvel.
Een dergelijke heuvel ligt inderdaad achter Drakensteyn, maar opgravingen hiernaar zullen wel nooit uitgevoerd
worden, omdat deze heuvel op het grondgebied ligt van Drakensteyn.
Omdat Drakensteyn na deze herbouw erkend wordt als ridderhofstad, wordt Gerard dan voor het eerst toegelaten
tot de ridderschap van Utrecht. Naast het kasteel stichtte hij ook het dorp Lage Vuursche.
Op zijn initiatief werd er een school, kerk, molen, pastorie en herberg gebouwd.
Hij trouwt in 1645 met de niet-adellijke Catharina van Teylingen, maar na haar dood trouwt hij weer 'op stand'
en wel met zijn nicht Margaretha van Reede.
Beide sterven op 13 oktober 1669, zeven minderjarige kinderen achterlatend.

Hoewel Gerard een jaar eerder Kasteel Dompselaar had verworven, was zijn financiële situatie niet geweldig.
Zijn crediteuren lieten beslag leggen op de boedel en Drakestein en de Vuursche werden voor 27.800 gulden
verkocht aan de Amsterdamse patriciër Johan Reynst, die er vervolgens in 1672 door Willem III mee wordt
beleend. Deze Johan gebruikt Drakensteyn als buitenplaats.

Zijn oudste dochter trouwt met mr. David de Wildt, secretaris van de Admiraliteit van Amsterdam.
Haar kleindochter Isabella Lucretia Barchman Wuytiers (1731-1780) trouwt in 1751 met kolonel der cavalerie:
Pieter Anthony Godin. Maar zij verkoopt het huis in 1779 na het overlijden van haar man.
Drakensteyn wordt dan eigendom van de Amsterdammer koopman mr. Court Willem Sander, die het huis laat
moderniseren.Na zijn dood in 1807 wordt het huis openbaar geveild en mr. Paulus Wilhelmus Bosch,
burgemeester van Utrecht, wordt de nieuwe eigenaar. Hij gaat zich naar het huis 'Bosch van Drakensteyn' noemen.
Vervolgens koopt hij in 1811 ook nog de buitenplaatsen Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd bij Bunnik.
Na zijn dood worden de drie huizen in 1834 onder zijn drie zonen verdeeld.
De middelste, Frederik Lodewijk Herbert Jan, erft Drakensteyn. Frederik Lodewijk koopt in 1860 Drakenburg,
waarmee beide kastelen weer in één hand komen. Als hij in 1866 sterft, gaat het huis naar zijn zoon,
mr. Paulus Jan Bosch van Drakensteyn, die commissaris van de Koning in Noord-Brabant is.
Paulus Jan woont hierdoor in 's Hertogenbosch en heeft Drakensteyn als buitenplaats gebruikt.
Diens zoon Frederik Lodewijk woont in het huis tot hij het in 1959 verkoopt aan Prinses Beatrix.
Het huis met 20 ha tuin en park wordt aangekocht door Prinses Beatrix, die het vervolgens laat restaureren
om er daarna te gaan wonen. Nadat ze koningin is geworden, verhuist ze naar Paleis Huis ten Bosch in Den Haag
en wordt Drakensteyn een koninklijk buitenverblijf. Bij het kasteel hoort ook nog een kapel,
die volgens overlevering uit de 11e eeuw stamt, maar deze is beslist van jongere datum.

Het is moeilijk om een beeld te vormen van het oudste kasteel. Omdat de naam op steyn eindigt weten we dat het
van steen gebouwd was. Op een kaart uit 1619 zien we een l-vormig gebouw.
Bij de laatste restauratie (1959 - 1962) bleek dat de oudste delen van het huis uit 1640 stammen.
Hieruit maken we op dat Gerard van Reede na 1640 een geheel nieuw huis liet bouwen na de dood van zijn vader.
Het huis werd toen gebouwd in Hollands-classicistiche stijl.
In 1643 is het huis grotendeels gereed want de stad Utrecht schenkt een gebrandschilderd raam met het wapen
van Utrecht. Het nieuwe huis is achthoekig, met een onderhuis, bel-etage en een verdieping en werd gedekt
door een zadeldak. Drakensteyn was met uitzondering van het front geheel in baksteen opgemetseld.
Tot 1780 bezat het huis een voorgevel met grote Ionische zuilen en had de bel-etage een ingang met een
zandstenen kozijn. Verder was het huis voorzien van Italiaanse vensters, met uitzondering van de bovenste
verdieping, die voorzien was van bolkozijnen. Hoewel het achthoekige huis één geheel lijkt te vormen,
bestaat het toch uit drie beuken. De middenbeuk is verdeeld in voor- en achterruimte,
terwijl de twee smallere zijbeuken een rechthoekige ruimte bezitten en twee driehoekige ruimten.
Alle ruimten hebben twee vensters, behalve de driehoekige kamers, die maar één venster hebben.

Voor de verbouwing van 1780 had het huis ook een ingang op de kelder-verdieping.
Deze ingang kon men bereiken via een onderbrug, die we afgebeeld zien op een tekening uit 1665.
Men kwam dan binnen in een grote rechthoekige hal met witte en zwarte marmeren vloertegels.
Daarachter bevond zich een tweede ruimte, die mogelijk als woonvertrek dienst gedaan heeft.
Aan de hand van sporen van een grote keukenschouw, moet de keuken zich in de linker beuk bevonden hebben.
De driehoekige ruimten in de zijbeuken deden vermoedelijk dienst als bergruimten,
terwijl zich in de driehoekige ruimte linksvoor de trap bevond.
Deze ruimten waren niet verwarmd, evenals de bovenverdieping, waar zich waarschijnlijk de
slaapvertrekken bevonden.

Rond 1780 werd het huis veranderd door het verwijderen van het front met de Ionische zuilen en werden de
kruiskozijen vervangen door schuifkozijnen. In het begin van de 19e eeuw werden de ramen nogmaals vervangen.

In 1807 werd mr. Paulus Wilhelmus Bosch, burgemeester van Utrecht, eigenaar van kasteel Drakensteyn.
Het huis bleef daarna 150 jaar in die familie tot Frederik Lodewijk Bosch van Drakestein het kasteel
in 1959 verkocht aan Prinses Beatrix. Ze liet het kasteel restaureren en trok er in 1963 in.
Na de verhuizing van het Koninklijk gezin naar Den Haag bleef Kasteel Drakensteyn in gebruik als
buiten- en gastenverblijf.

Huidige doeleinden


Prinses Beatrix heeft op 4 februari 2014 officieel haar intrek genomen in Kasteel Drakensteyn te Lage Vuursche in de gemeente Baarn.
Het kasteel is privébezit van de Prinses.


Informatie bronnen: RVD/Koninklijk Huis, Paleis Soestdijk en Kastelen in Utrecht


Copyright © 2006-2017 https://koningsfan.dse.nl/


Homepage