Prinsjesdag



Deze pagina gaat over de traditie Prinsjesdag.


Oorsprong en Geschiedenis


Prinsjesdag was oorspronkelijk de benaming van de verjaardag van Stadhouder Prins Willem V (1748-1806) op 8 maart.

In die tijd, de Patriottische tijd, was Prinsjesdag een van de populairste volksfeesten in ons land.
Mensen grepen de gelegenheid aan om hun Oranjegezindheid te laten zien.

Vervolgens werd de naam Prinsjesdag gebruikt voor feestelijkheden rondom een lid van het Koninklijk Huis.
Vanaf de jaren 1930 werd het gebruikelijk de jaarlijkse openingsdag van de Staten-Generaal Prinsjesdag
te noemen. Bij de Grondwetswijziging van 1983 werd de zittingsduur van de Staten-Generaal gewijzigd
van één jaar naar vier jaar. Vanaf dat jaar wordt op Prinsjesdag dus niet meer de zitting van de
Eerste en Tweede Kamer officieel geopend, maar wordt met het uitspreken van de Troonrede
het begin van het nieuwe parlementaire jaar gemarkeerd.

In de Grondwet staat op welke dag Prinsjesdag valt.
Toch was dat niet altijd de derde dinsdag van september.
In de 19e eeuw viel de opening van de Staten-Generaal eerst op de eerste
maandag in november en later op de derde maandag in oktober.
In 1848 werd een jaarlijkse begroting ingevoerd.
Om de Kamer meer tijd te geven voor de behandeling, werd de opening van
de Staten-Generaal vervroegd naar de derde maandag in september.

Een grondwetswijziging in 1887 verplaatste Prinsjesdag van maandag naar dinsdag.
Kamerleden die wat verder weg van Den Haag woonden, hoefden dan niet meer op zondag
te reizen om op tijd bij de opening te zijn.
Sinds die tijd is Prinsjesdag altijd de derde dinsdag in september.


Verenigde Vergadering


Tegen half één komen de leden van de Eerste en Tweede Kamer de Ridderzaal binnen.
Zij zitten direct tegenover de troon en vervolgens verdeeld over het rechter- en linkervak.
De ministers en de staatssecretarissen nemen links van de troon plaats. Achter hen zitten de
leden van de Raad van State, het belangrijkste adviescollege van de regering. Deze aanwezigen bevinden
zich binnen de zogeheten enceinte, die gemarkeerd is met een eenvoudige houten afscheiding. Binnen deze
symbolische afscheiding 'vergadert' het parlement. Buiten de afscheiding is plaats voor de andere Hoge Colleges van Staat,
hoge ambtenaren, vlag- en opperofficieren, leden van de hoge rechterlijke macht, de Commissaris van de Koning in de
provincie Zuid-Holland, de burgemeester van Den Haag, ambassadeurs, bijzondere vertegenwoordigers en speciale genodigden.

De voorzitter van de Eerste Kamer is voorzitter van de Verenigde Vergadering. Even voor één uur opent deze de vergadering.
Vervolgens benoemt de voorzitter een aantal Kamerleden als Commissie van In- en uitgeleide voor de Koning en zijn gevolg.
Deze commissie ontvangt de Koning en de leden van het Koninklijk Huis bij de ingang van de Ridderzaal. De voorzitter van
de Verenigde Vergadering kondigt vervolgens de komst van het staatshoofd aan. Dat is voor de aanwezigen een teken om op
te staan, waarop de leden van het Koninklijk Huis de Ridderzaal betreden. De Koning en Koningin nemen plaats op de troon
en de andere leden van het Koninklijk Huis gaan rechts van de troon zitten. De adjudant-generaal en de andere aanwezige
adjudanten zitten links van de troon, de Grootmeester en Grootmeesteres en de overige leden van de hofhouding rechts.
Dan spreekt de Koning de Troonrede uit.

Na de laatste woorden van de Koning roept de voorzitter: 'Leve de Koning'. De aanwezigen reageren daarop met een driewerf 'hoera'.
De Commissie van In- Uitgeleide doet de Koning en de leden van het Koninklijk Huis uitgeleide naar een zijkamer van de Ridderzaal.
Daarna sluit de voorzitter de Verenigde Vergadering. Als de Koning de Ridderzaal verlaat, staat de Gouden Koets weer gereed.
Deze rijdt vervolgens langs dezelfde route terug naar Paleis Noordeinde.

De Koning en de leden van het Koninklijk Huis die aanwezig zijn geweest bij het uitspreken van de Troonrede,
verschijnen na terugkeer kort op het balkon aan de voorzijde van Paleis Noordeinde.

In augustus sturen ministeries de punten op die ze persé in de Troonrede genoemd willen hebben
naar het ministerie van Algemene Zaken. Ambtenaren maken hier een tekst van, die ziet de vorst ook.
Pas kort voor Prinsjesdag neemt de minister-president de voorlopige tekst uitgebreid door met de
koning. De koning let hierbij op taalgebruik en de inhoud.
De Koning wil wel achter de tekst kunnen staan.
Kort voor Prinsjesdag repeteerd de Koning de tekst een aantal keren voor zichzelf hardop.

Tradities


De uitroep 'Leve de Koning(in)' na het uitspreken van de Troonrede werd in 1897 spontaan geïntroduceerd door het Tweede Kamerlid J.H. Donner.
Collega's namen de uitroep later over van Donner. Sinds 1946 is het traditie dat de voorzitter van de Verenigde Vergadering de uitroep aanheft.

De Koning nodigt op Prinsjesdag een groep mensen uit de Nederlandse samenleving uit om de dag mee te maken op Paleis Noordeinde.
De genodigden van de Koning nemen samen met de hofhouding plaats op de tribune onder de colonnade (zuilengalerij) op het voorplein
van het paleis. Zij kunnen daar het vertrek van de Koninklijke Stoet naar het Binnenhof goed zien. De rest van de rijtoer en de
Troonrede kunnen de genodigden in het paleis via de televisie volgen.

De kleding en de hoeden van de (vrouwelijke) leden van het Koninklijk Huis is een veel besproken onderwerp.
VVD-kamerlid Erica Terpstra droeg in 1977 voor het eerst een hoed in de Ridderzaal tijdens het uitspreken van de Troonrede.
Sindsdien zijn er veel vrouwen in de Ridderzaal aanwezig met een al dan niet opvallende hoed. De hoeden van de genodigden
in de Ridderzaal zijn ook vaak onderwerp van gesprek tijdens Prinsjesdag.

Ridderzaal


Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer.
Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. In 2006 is de Ridderzaal opnieuw gerenoveerd.

Graaf Willem II van Holland, die ook Rooms Koning was, begon met de bouw van de zaal in 1248.
Zijn zoon, Graaf Floris V van Holland, voltooide de bouw rond 1280. De zaal werd door de
Graven van Holland gebruikt als feestzaal. Philips van Bourgondië ontving hier in 1432 en
1456 het kapittel van de Ridders van de Gulden Vlies.

In 1581 besloten de Staten-Generaal hier Koning Filips II van Spanje niet langer als landsheer te erkennen.
In 1651 bij het begin van het eerste stadhouderloze tijdperk kwamen alle afgevaardigden van de Staten van de
zeven provincies hier bij elkaar. De zaal raakte tijdens de Republiek in verval. In de 17e en 18e eeuw werd
de zaal gebruikt als loterijzaal en in de Franse tijd exercitiezaal van de kadetten.

In het midden van de 19e eeuw was het gebouw een ruïne. Er was een goot middenin de zaal gegraven voor de afwatering.
In 1861 werd de zaal opgeknapt. Landsbouwmeester Rose liet er een gietijzeren kap opzetten die op twee rijen gietijzeren zuilen stond.
Hierdoor ontstond er een soort van driebeukig kerkje dat vanaf 1878 het oud-archief van Binnenlandse Zaken huisvestte.

De gebouwen die in de loop der tijden aan de Ridderzaal gebouwd waren, werden afgebroken.
In 1904 werd de zaal gerestaureerd in neogotische stijl. Architect Cuypers zorgde voor een smaakvol interieur met
Turkse kleden op de vloer en Turkse wandtapijten aan de muur. Deze zijn in 1954 verwijderd toen keizer Haile Selassie
op staatsbezoek kwam. Men bracht toen provinciale vlaggen aan.
De zaal die onder Cuypers een zandkleurige verfje had gekregen, werd witgeschilderd.

De Ridderzaal is sinds het begin van 20ste eeuw niet alleen in gebruik als vergaderzaal van de Verenigde Vergadering
van de Staten-Generaal, waarin de Koning de Troonrede uitspreekt, maar ook als zaal voor het houden van grote ontvangsten
en diners en voor het houden van congressen en conferenties. Zo vond hier de Ronde Tafelconferentie plaats die leidde tot
de erkenning van Indonesië in 1949. De regering bood hier Koningin Beatrix een diner aan ter gelegenheid van haar 25-jarig
regeringsjubileum en aan Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima aan de vooravond van hun huwelijk.

Toen in het begin van deze eeuw bleek dat de bekleding van de troon, die sinds 1904 in de Ridderzaal staat, versleten was,
heeft men het interieur van de hele zaal opnieuw bekeken. Besloten werd de zaal opnieuw in te richten voor gebruik in de 21e eeuw.
De renovatie werd voltooid in 2006. Pronkstuk zijn de negentien wapenkleden van de twaalf provincies, de overzeese rijksdelen en Europa.
Op de schouw aan de noordkant is de tekst aangebracht van artikel 1 van de Grondwet 1848.

De Ridderzaal is in beheer bij het Rijksvastgoedbedrijf. Het bezoekerscentrum van ProDemos, het Huis der Democratie,
organiseert rondleidingen door de Ridderzaal, waarbij ook de Eerste Kamer en de Tweede Kamer bezocht worden.







Tussen 1815 en 1904 sprak de Koning(in) de Troonrede uit in de vergaderzaal van de Tweede Kamer.
Vanaf 1904 is gekozen voor de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.
In 2006 is de Ridderzaal opnieuw gerenoveerd.

Kleding op Prinsjesdag


Mannen komen in jacquet of donker pak naar de Ridderzaal.
De leden van het Koninklijk Huis dragen gala kleding.
Dat houdt in dat de dames een lange jurk dragen en de heren een gala-uniform of jacquet.


Gouden Koets




De Gouden Koets is een geschenk van de inwoners van Amsterdam aan Koningin Wilhelmina ter ere van haar inhuldiging.
Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik maakten op hun huwelijksdag, 7 februari 1901, voor het eerst van de Gouden Koets gebruik.



De Gouden Koets is daarna ook ingezet bij de huwelijken van Prinses Juliana en Prins Bernhard (1937),
Prinses Beatrix en Prins Claus (1966), Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima (2002).
Ook werd hij gebruikt bij de doop van Prinses Juliana (1909) en de doop van Prinses Beatrix (1938).
Met uitzondering van speciale gelegenheden is de Gouden Koets sinds 1903 slechts een keer per jaar, op Prinsjesdag, te zien.

De Gouden Koets staat vrijwel het gehele jaar in de Koninklijke Stallen achter het Paleis Noordeinde in Den Haag.



Geschiedenis


In 1898 werd aan de jonge Koningin Wilhelmina een inhuldigingsgeschenk aangeboden door de Amsterdamse burgerij:
een bijzondere staatsiekaros, de Gouden Koets. Voor het schenkingscomité was het een probleem dat Koningin Wilhelmina
vóór haar inhuldiging te kennen had gegeven dat zij ter ere van deze gebeurtenis geen geschenken zou aannemen.
Pas nadat veel brieven en telegrammen verstuurd waren en er heel wat afgepraat was in vergaderingen, besloot de
Koningin in 1901 de koets toch te aanvaarden. Op 7 februari 1901 werd de Gouden Koets voor het eerst gebruikt
bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.




Constructie


Het bouwen van de koets stelde hoge eisen aan het vakmanschap van ontwerpers en constructeurs.
In Amsterdam was in die tijd veel kennis op het gebied van rijtuigbouw aanwezig. De opdracht voor de bouw van
de Gouden Koets ging naar de firma Spijker, later ook bekend om zijn automobielen.

Voor de bouw van de koets moest een groot aantal problemen worden overwonnen. De koets moest zo gemaakt worden,
dat de Koningin haar volk, en het volk zijn Koningin goed kon zien. Ook moest de koets zo hoog worden dat zij er rechtop in kon staan.
De koets mocht echter ook weer niet te kolossaal worden, want het moest door smalle, niet al te hoge poorten kunnen,
zoals die op het Binnenhof in Den Haag.

Bij hun ontwerp gingen de gebroeders Spijker uit van het staatsierijtuig zoals dat in de negentiende eeuw veel voorkwam.
Wel werden de laatste snufjes op het gebied van de rijtuigbouw toegepast.
Zo kreeg de koets massief rubberen wielbanden en elektrische verlichting.

De naam van de Gouden Koets is enigszins misleidend. Het rijtuig is namelijk gemaakt van Javaans teakhout.
Dit hout is deels beschilderd, deels verguld met bladgoud. Aan dit bladgoud heeft de koets zijn naam te danken.
Bij het vervaardigen van de koets is er bewust naar gestreefd zoveel mogelijk materialen te gebruiken uit het
toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. Zo is in de koets vlas verwerkt uit Zeeland, leer uit Brabant en ivoor uit Sumatra.

De versiering van de koets is uitgevoerd in Hollandse renaissancestijl, de stijl van de Gouden Eeuw. Aan Van de Waay,
hoogleraar aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, werd het schilderwerk opgedragen. Van den Bossche en Crevels
initialen ontwierpen de beeldgroepen. In de afbeelding van allerlei planten, dieren en figuren uit de Oudheid en
uit legenden, moest symbolisch en allegorisch worden uitgedrukt wat het Nederlandse volk zijn Koningin
aan goede wensen en zegenbeden mee wilde geven. Het geheel moest wel harmonieus zijn.
Ieder onderdeel moest passen bij de rest en toch een eigen boodschap overbrengen.

Op de naven van de assen staan geschilderde zonnen die het "mild schijnende koningschap" uitbeelden.
De spaken "schieten" als stralen naar de velgen, die het firmament voorstellen. In dit firmament zijn de tekens van
de dierenriem te zien. De scharnieren en deursloten van de koets zijn versierd met motieven van de hond en de uil,
symbolen voor trouw en waakzaamheid. Op de treden zijn waterlelies geschilderd, een symbool van voorzichtigheid.
De zwemvogels die de bok schragen, stellen de snelheid voor.

De vier panelen van het rijtuig zijn gesierd met schilderingen: op de voorzijde, die de toekomst symboliseert,
staat rechts een voorstelling van "het onderwijs aan het volk" en links "het recht, dat diegenen uit het volk beschermt,
die hulp behoeven: een gekwetste arbeider, een blinde grijsaard, een weduwe en wezen". De hoop op verbetering van de
toen niet al te beste sociale voorzieningen is duidelijk aanwezig. Onder deze voorstelling is in een bas-reliëf de
"levensverzekering" weergegeven.

De schildering op de rechterzijde van de koets stelt voor de "hulde van Nederland" en die op de linkerzijde de "hulde der koloniën".
Op de achterzijde van de koets vereeuwigt de "Muze der Historie" in het "Boek van de Tijd" de volkshulde bij de inhuldiging
van Koningin Wilhelmina. Op de achtergrond van deze voorstelling is een gezicht op Amsterdam met het Paleis op de Dam en
de Nieuwe Kerk geschilderd met in de verte scheepvaart op het IJ en de Amstel.

Op het dak van de koets is een beeldengroep te zien die de welvaart voorstelt. De vier sectoren van de economie schragen de kroon,
de scepter en het rijkszwaard, die bovenop een kussen liggen. De handel wordt gesymboliseerd door een staf en een leeuw.
De arbeid - met hamer - draagt een salamander als symbool van het vuur. De landbouw wordt verbeeld door een korenschoof en een sikkel,
de veeteelt door een schaap. De symbolen van de scheepvaart zijn de sextant en de dolfijn. Om de vier hoeken van de bovenrand
staan kinderfiguurtjes, die de Koninklijke wapens met lauweren omkransen.
Cherubijntjes vlechten boven de portieren zegekransen om de Koninklijke initialen.

De kroonlijst vertoont de wapens van de toenmalige elf provincies. Als trotse schenker van de koets liet Amsterdam het
wapen van Noord-Holland - evenals het wapen van Amsterdam zelf - iets groter uitvoeren dan die van de andere provincies.

De lijst wordt op de hoeken ondersteund door vier legendarische figuren. In hun handen dragen zij lantaarns.
Deze lantaarns, met bovenop de Koninklijke kroon, werden zo ontworpen, dat ze, uitzonderlijk in die tijd,
ook gebruikt konden worden voor elektrische verlichting.

Onder de ramen van de koets loopt een fries, waarin in reliëf zijn gesymboliseerd:
godsdienst, leger, recht, kunst, wetenschap en arbeid.

De Gouden Koets is versierd met hoorns van overvloed, narren met in hun handen ivoren handvatten,
leliën en rozen - symbolen voor de trouw -, en een cartouche met het jaartal 1898.

De binnenbekleding van de koets is geheel met de hand geborduurd. Vijftien miljoen steekjes waren nodig voor een
ivoorkleurig fond met oranjebloesem en cherubijntjes. Het plafond is in vlakken verdeeld, waardoor zoveel mogelijk
vrouwen de gelegenheid kregen aan de koets mee te werken. De vakken worden afgesloten met vergulde bogen,
die zich in het midden samenvoegen en de in lauweren gevatte initialen van Koningin Wilhelmina vormen.
Deze initialen worden beschenen door een matgouden zon. De zijwanden zijn geborduurd met de wapens van de provincies,
het rijkswapen en twee Amsterdamse wapens: het oude wapen, vastgesteld in 1816, en het wapen uit 1898.

Het tapijt op de vloer is versierd met tulpen, narcissen en hyacinten om het met Nederlandse bloemen bestrooide
levenspad van de Koningin te symboliseren. Ondanks de grote hoeveelheid figuren, dieren, bloemen en kleuren,
maakt de koets geen "rommelige" indruk. Door de zo strak mogelijk gehouden lijnen, het egale gouden fond,
de tere kleuren en de lichte beschildering heeft de koets een grote harmonie verkregen.



De bespanning


De Gouden Koets is bestemd om door acht paarden te worden getrokken, vandaar de bijzondere hoogte van de bok.
De koetsier moet immers het gehele span kunnen overzien. Op het voorste paard zit een postiljon.



Route Gouden Koets


De Koning maakt de tocht naar het Binnenhof in de Gouden Koets. Hij vertrekt op Prinsjesdag om klokslag één uur van Paleis Noordeinde.

De Koning wordt vergezeld door zijn echtgenote Koningin Máxima, Prins Constantijn en Prinses Laurentien,
leden van de hofhouding en een militair ere-escorte. Bij het paleis en bij de Ridderzaal staan erewachten en een muziekkorps.

Tijdens de rit klinkt iedere minuut een saluutschot vanaf het Malieveld in Den Haag om de bevolking te laten weten
dat het staatshoofd op weg is naar de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

Als de Koning op het Binnenhof is aangekomen, zet een muziekkapel het Wilhelmus in.
Deze kapel staat naast het bordes van de Ridderzaal opgesteld. De Koning en de andere leden
van het Koninklijk Huis groeten het vaandel en gaan vervolgens het bordes op.

Koning Willem I heeft in 1815 op de eerste dag van zijn koningschap het ceremonieel van de Koninklijke stoet
vastgelegd in een Koninklijk Besluit: 'Zijne Majesteit in eene koets met acht paarden bespannen,
met een rijknecht te voet naast ieder paard en nevens de koets aan beide zijden drie lakeien.'

Tot 1890 vergezelden alleen mannelijke leden van het Koninklijk Huis de Koning.
In 1903 reed de Gouden Koets voor het eerst mee in de stoet. Sinds 1904 vindt de Verenigde Vergadering
plaats in de Ridderzaal, daarvoor in de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Na de Tweede Wereldoorlog
gebruikte Koningin Wilhelmina aanvankelijk auto's om te benadrukken dat soberheid gepast was.
In 1948 keerde het oude ceremonieel met de Gouden Koets weer terug. In 1974 maakte Koningin Juliana
ook gebruik van een auto voor de rit naar het Binnenhof. Dit kwam omdat er een gijzeling gaande was in de Franse ambassade,
die langs de route lag. In 2001, na de aanslagen op 11 september in de Verenigde Staten, stopte de Gouden Koets kort
bij de Amerikaanse ambassade.

De route naar het Binnenhof is in de loop van de jaren veranderd. Vroeger reed de koets het Binnenhof op via de
Stadhouderspoort aan het Buitenhof. Deze poort was hoog genoeg om de Gouden Koets door te laten, maar het paste maar net.
Toen in 1925 de bestrating werd vernieuwd kwam het straatniveau iets hoger te liggen. De doorgang was te laag en de
koets kon niet meer onder de poort door. Sindsdien rijdt de koets langs het Mauritshuis en door de hogere Middenpoort
en de Grenadierspoort het Binnenhof op.



Tentoonstelling en restauratie Gouden Koets, 20 augustus 2015


Van 27 augustus t/m 6 september 2015 was de Gouden Koets voor het publiek van dichtbij te zien op Nationaal Museum Paleis Het Loo.
Na Prinsjesdag 2015 zal de koets drie tot vier jaar in onderhoud gaan. In die periode zal de Glazen Koets, die sinds het voorjaar
van 2015 weer inzetbaar is, worden gebruikt voor ceremoniële taken.

Uit onderzoek naar de staat van onderhoud van de Gouden Koets is gebleken dat het rijtuig aan restauratie toe is.
Uitgangspunt bij de restauratie is dat de koets voor de komende decennia weer geschikt moet zijn om te kunnen worden
ingezet bij Prinsjesdag. Het onderhoud richt zich op vier onderdelen van de koets; het onderstel, de kast, de stoffering en de bok.
Het gaat onder andere om intensieve restauratiewerkzaamheden aan het houtsnijwerk en de wielen.
Daarnaast worden de draagriemen aan de kast en de koorden en de kwasten op de bok vervangen en worden de textiele materialen
onder handen genomen. De kosten voor de restauratie van de Gouden Koets vallen binnen de reguliere begroting
van de Dienst van het Koninklijk Huis.

De Gouden Koets is een geschenk van de inwoners van Amsterdam aan Koningin Wilhelmina ter ere van haar inhuldiging in 1898.
Op 7 februari 1901 werd de Gouden Koets voor het eerst gebruikt bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.
Met uitzondering van speciale gelegenheden is de Gouden Koets één keer per jaar, op Prinsjesdag, te zien.

Bron: RVD, www.koninklijkhuis.nl


Gala Berline


Het Staldepartement beschikt over zes Gala Berlines. De naam komt van Berlijn, de stad waar
het rijtuig in 1662 ontworpen werd. Berlines zijn gesloten rijtuigen, geschikt voor vier personen.

De rijtuigen zijn zwart en ossenbloedrood gelakt en worden met twee of vier paarden bespannen.
De Gala Berlines worden regelmatig gebruikt. Zij vervoeren bijvoorbeeld de buitenlandse ambassadeurs die bij hun
aantreden hun geloofsbrieven aanbieden aan de Koning op Paleis Noordeinde.

Hieronder foto's van de Gala Berline:







De Gala Glas Berline is de oudste Koninklijke Berline en is in 1836 gebouwd door de firma Pearce&Co in Londen voor
de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II. De wanden aan de binnenkant zijn bekleed met rood laken.
Op de vloer ligt een tapijt van rood velours. Prinses Margriet en Prof. mr. Pieter van Vollenhoven gebruikten de
Gala Glas Berline bij hun huwelijk in 1967. De zijwanden werden vervangen door glas waardoor rondom uitzicht is en
sindsdien wordt dit rijtuig de Gala Glas Berline genoemd. Prinses Margriet en Prof. mr. Pieter van Vollenhoven maakten
jaarlijks op Prinsjesdag gebruik van de Gala Glas Berline. Sinds de inhuldiging van Koning Willem-Alexander op 30 april 2013
maken Prins Constantijn en Prinses Laurentien gebruik van de Gala Glas Berline.

Hieronder een foto van de Gala Glas Berline:





Glazen Koets


De Glazen Koets is eigenlijk een bijnaam. Toen Koning Willem I de koets bestelde in 1821 bij de Brusselse rijtuigenmaker Pierre Simons heette hij de Grote Galakoets.
Toen de koets in 1826 af was, werd deze de week daarna gebruikt voor de opening van de Staten Generaal in Brussel. Kort daarop begon het in België te gisten en
kwamen de Belgen in opstand. Uiteindelijk namen zij de koets - en heel veel andere spullen van de Koning - in beslag. Pas in 1839 kwam de galakoets na onderhandelingen
in Nederlandse handen terug en werd in 1840 ingezet bij de inhuldiging van Willem II. Hij is daarna gebruikt voor allerlei ceremonies: Prinsjesdagen, huwelijken
en begrafenissen. Deze koets kreeg zijn bijnaam in de eerste plaats vanwege die, bijna onzichtbare, glazen band om de ornamenten te beschermen. Daarnaast had de koets
zeven, voor die tijd opvallend grote ruiten. Rond 1800 waren ruiten duur en kwetsbaar. In de meeste rijtuigen zaten daarom maar een of twee kleine ruitjes.
De Glazen Koets behield zijn prominente plaats tot Wilhelmina in 1898 van de Amsterdamse bevolking de Gouden Koets cadeau kreeg. Deze werd voor het eerst in 1901
gebruikt voor haar huwelijk met Prins Hendrik. De publieke vraag naar de Gouden Koets was zo groot en daarom reed vanaf 1903 de Gouden Koets op Prinsjesdag.
Vanaf Prinsjesdag 1903 nam de Gouden Koets de plaats in van de Glazen Koets. De laatste keren dat we de Glazen Koets zagen was bij het huwelijk van Prinses Juliana
en Prins Bernhard en het huwelijk van Prinses Beatrix en Prins Claus.

De Glazen Koets heeft een donkerblauwe kast, afgezet met een brede vergulde lijst van laurier- en eikenbladeren.
De naam komt van het glas dat de kwetsbare ornamentenrand die onder de vensters op de kast van de koets is aangebracht,
beschermt. Het interieur is bekleed met purper en beige fluweel en voorzien van geborduurde passementen, de zitkussens
zijn gevuld met een vulling van paardenhaar. De hemel is gemaakt van geborduurde beige en hemelsblauwe zijde.

In 1826 is de Glazen Koets in gebruik genomen. Tussen 1904 en 1923 werd soms de Gouden en soms de Glazen Koets gebruikt,
maar na 1923 is deze koets niet meer ingezet voor Prinsjesdag. Onlangs is de Glazen Koets gerestaureerd. De Gouden Koets
wordt gerestaureerd en is voor enkele jaren niet inzetbaar. Vanaf Prinsjesdag 2016 rijden de Koning en Koningin in de Glazen Koets.


Foto: RVD, Wiebe Kiestra


Foto: RVD, Wiebe Kiestra


Foto: RVD, Wiebe Kiestra


Foto: RVD, Wiebe Kiestra


Foto: RVD, Wiebe Kiestra







Informatie over Prinsjesdag 20 september 2016


Elke derde dinsdag van september is het Prinsjesdag, de feestelijke opening van het nieuwe
werkjaar van de Staten-Generaal (de Eerste en Tweede Kamer).

Zijne Majesteit de Koning rijdt dit jaar op Prinsjesdag in de Glazen Koets naar het Binnenhof in Den Haag
en spreekt tijdens de verenigde vergadering van de Staten-Generaal in de Ridderzaal de troonrede uit. In de
troonrede staan de belangrijkste plannen van de regering voor het komende jaar. De vergadering wordt bijgewoond
door de ministers en de staatssecretarissen, door vertegenwoordigers van het Corps Diplomatique en de Hoge Colleges
van Staat (Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman, Kabinet van de Koning, Hoge Raad van Adel en
Kanselarij der Nederlandse Orden) en door andere vertegenwoordigers uit diverse sectoren van de samenleving.

Koning Willem-Alexander vertrekt om 13.00 uur vanaf Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal,
vergezeld door Koningin Máxima, Prins Constantijn en Prinses Laurentien.

Rond 14.00 uur vertrekt de Koning weer met de Glazen Koets naar Paleis Noordeinde, waarna hij met
het Koninklijk gezelschap op het balkon van Paleis Noordeinde verschijnt.

Samenstelling stoet


De Koninklijke stoet is in 2016 als volgt samengesteld:

- Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso
- Commandant Garderegiment Grenadiers en Jagers en Adjudant
- Vaandelwacht Garderegiment Grenadiers en Jagers
- Ere-Compagnie van het Garderegiment Grenadiers en Jagers
- Commandant bereden Ere-escorte Koninklijke Marechaussee met twee vleugeladjudanten
- Bereden standaardwacht van de Koninklijke Marechaussee
- Peloton bereden Ere-escorte Koninklijke Marechaussee
- Commandant Ere-escorte Cavalerie met trompetters en paukenpaard
- Bereden standaardwacht van de Cavalerie
- Eerste peloton Cavalerie Ere-escorte
- Rijknecht-majoor met twee rijknechten te paard van het Koninklijk Stal Departement
- Eerste rijtuig: de Galaberline met daarin: drs. A.T.S. Dorhout, Ceremoniemeester en ing. B. Fokkens, Kamerheer Flevoland
- Tweede rijtuig: de Galacoupé met daarin: drs. J.Th. Versteeg, Grootmeester en drs. M.L.A. Barones van Zuylen van Nijevelt-den Beer Poortugael, Grootmeesteres
- Commandant Bereden Ere-escorte Landelijke Eenheid Beredenen van de Nationale Politie met twee vleugeladjudanten
- "Kliek" (bonte paukenpaard en 8 trompetters) van de Landelijke Eenheid
- Beredenen van de Nationale Politie
- Bereden standaardwacht van de Nationale Politie
- Eerste peloton Bereden Ere-escorte van de landelijke eenheid beredenen van de Nationale Politie
- Gala-glasberline met daarin: Prins Constantijn en Prinses Laurentien
- Escorterende Adjudanten van Z.M. de Koning: luitenant-kolonel H.C. Veenhuijzen (rechts) en luitenant-kolonel T.R. van de Krol (links)
- Tweede Peloton Ere-escorte van de Landelijke Eenheid beredenen van de Nationale Politie
- Kolonel b.d. G.E. Wassenaar, Stalmeester van Z.M. de Koning
- Glazen Koets met daarin: Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima
- Escorterende Adjudanten van Z.M. de Koning: Luitenant-kolonel M.F. van Iddekinge (rechts) en Luitenant-kolonel J. de Bruyn (links)
- Z.E. Generaal-majoor der Fuseliers drs. J.A. van der Louw
- Tweede Peloton van het Cavalerie Ere-escorte ter afsluiting van de stoet

Kleding van de leden van het Koninklijk Huis


Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander draagt een jacquet met grijs vest met het draaginsigne Ridder Militaire Willems-Orde.

Hare Majesteit Koningin Máxima draagt een tweedelige japon bestaande uit een nachtblauwe zijde Armure top en een goudkleurige zijde satijn double gabardine rok.
Deze rok is bewerkt met nachtblauw guipire kant en kleine pailletten in een asymmetrisch verloop. Zij draagt een bijpassende goudkleurige Parabuntal hoed.
Koningin Máxima draagt het Ordelint en de Ster van het Grootkruis der Orde van de Nederlandse Leeuw.

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Constantijn der Nederlanden draagt een jacquet met grijs vest. De Prins draagt de bouton van het Grootkruis der Orde van de Nederlandse Leeuw.

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Laurentien der Nederlanden draagt een japon gemaakt van gebreide metalic jersey.
De Prinses draagt een bijpassende hoed gemaakt van 2 lagen zwarte en 1 zilveren laag sinamay. De hoed is gedecoreerd met geplisseerde crinoline.
Prinses Laurentien draagt de versierselen behorende bij het Grootkruis in de Huisorde van Oranje.

Bron: RVD, www.koninklijkhuis.nl


Voorbereiding Prinsjesdag 20 september 2016


Ieder jaar op Prinsjesdag neemt Zijne Majesteit de Koning plaats op de troon in de Ridderzaal en spreekt in de
Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal de regeringsverklaring uit – beter bekend als de troonrede. In de
troonrede staan de belangrijkste plannen van de regering voor het komende jaar. De vergadering wordt bijgewoond
door ministers en staatssecretarissen, door vertegenwoordigers van het Corps Diplomatique en de Hoge Colleges van
Staat en door andere vertegenwoordigers uit diverse sectoren van de samenleving.

Traditiegetrouw gaat het vervoer naar de Ridderzaal in een Koninklijke stoet met koetsen en bereden ere-escortes.
Al sinds 1814-1815 is de opstelling van de Koninklijk Stoet min of meer een vast gegeven in het groot Koninklijk ceremonieel.
Willem I en III maakten, net als de Koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix en nu Koning Willem-Alexander gebruik van een koets
voor het vervoer naar de Ridderzaal, Willem II ging te paard omringd door bereden leden van de Hofhouding en adjudanten. In de Koninklijke
stoet op Prinsjesdag 2016 rijden naast vier rijtuigen 170 ruiters en 190 paarden mee die deel uitmaken van de bereden ere-escortes van diverse
Krijgsmachtonderdelen en het Korps Nationale Politiediensten.

Dit jaar rijden Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima niet in de Gouden Koets, maar in de Glazen Koets. De Gouden Koets wordt gerestaureerd
en is voor enkele jaren niet inzetbaar. Net als gebruikelijk bij de Gouden Koets wordt de Glazen Koets getrokken door 8 paarden. Het achtspan dat
de koets van het Koningspaar trekt wisselt om het jaar. Dit jaar zijn het Friese paarden. Volgend jaar zijn de Gelderlanders weer aan de beurt.

Glazen Koets


In 1826 is de Glazen Koets in gebruik genomen. Tussen 1904 en 1923 werd soms de Gouden en soms de Glazen Koets gebruikt, maar na 1923 is deze koets
niet meer ingezet voor Prinsjesdag. Onlangs is de Glazen Koets gerestaureerd. Na twee jaar vooronderzoek hebben vaklieden en experts uit binnen- en
buitenland vijf jaar aan de restauratie gewerkt. Veel van dat werk is uniek en specialistisch handwerk. De renovatie van de Glazen Koets heeft
1,2 miljoen euro gekost, deze kosten zijn opgevangen binnen Begroting I de Koning: en zijn niet extra ten laste van de belastingbetaler gekomen.

Gouden Koets


In 2015 is na Prinsjesdag vervolgens begonnen met het vooronderzoek voor de restauratie van de Gouden Koets, die een aantal jaar zal duren.
De restauratie zal zich richten op vier onderdelen van de koets: het onderstel, de kast, de stoffering en de bok. Het gaat onder andere om
intensieve restauratiewerkzaamheden aan het houtsnijwerk en de wielen. Daarnaast worden de draagriemen aan de kast en de koorden en de kwasten
op de bok vervangen en worden de textiele materialen onder handen genomen.

Experts zijn bezig met het afronden van de onderzoeken naar de toestand van de verschillende onderdelen. Op basis daarvan en op basis van de inbreng
van een ingestelde Raad van Advies, wordt besloten over het vervolg van de restauratie. Daarna volgt een proces van gedetailleerde offertes en het
verstrekken van restauratieopdrachten. Het is daarom te vroeg voor een precieze indicatie van de kosten, al bieden de kosten van de restauratie van
de Glazen Koets wel enig houvast. Net als bij de Glazen Koets worden de kosten van de restauratie van de Gouden Koets opgevangen binnen Begroting I de
Koning: er worden geen extra kosten neergelegd bij de belastingbetaler.

Bron: RVD, www.koninklijkhuis.nl


Het programma van Prinsjesdag 20 september 2016


Ochtend:
Op het ministerie van Financiën wordt de laatste hand gelegd aan de Rijksbegroting en de Miljoenennota.
Daarna worden de stukken verpakt in een oranje strik en in het koffertje gelegd.

12.45 uur: Alle genodigden zijn aanwezig in de Ridderzaal.

13.00 uur: De Koninklijke stoet vertrekt vanaf Paleis Noordeinde.

13.00 uur: De voorzitter van de Eerste Kamer opent de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

13.00-13.15 uur: Vanaf het vertrek van de stoet tot de aankomst bij de Ridderzaal wordt er elke minuut een saluutschot
afgevuurd door de batterij 11e Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) op het Malieveld.

13.15 uur: De Koninklijke stoet komt aan bij de Ridderzaal. Aansluitend spreekt de Koning de Troonrede uit.

13.50 uur: De Koninklijke stoet vertrekt naar Paleis Noordeinde. Hier vindt aansluitend de balkonscène plaats.

15.00 uur: De minister van Financiën biedt het koffertje met daarin de Miljoenennota en Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/


Troonrede 2016


Leden van de Staten-Generaal,

Nederland heeft de laatste jaren weer vaste grond onder de voeten gekregen. De financieel-economische crisis ligt achter ons.
Wij leven in een welvarend en aantrekkelijk land, ook in vergelijking met andere landen, en beschikken over goede voorzieningen,
een goede infrastructuur en een sterke rechtsstaat. We hebben heel veel om trots op te zijn en op verder te bouwen.

Tegelijkertijd zijn in de maalstroom van alledag onrust en onbehagen kenmerken van deze tijd. Met alles wat er wereldwijd speelt, is het begrijpelijk
dat we ons als samenleving zorgen maken en sterker gaan hechten aan het vertrouwde en bekende. De internationale dreiging van terrorisme, de instabiliteit
aan de buitengrenzen van Europa, het vluchtelingenvraagstuk en de economische onzekerheden op de wereldmarkt zijn immers reële problemen met een grote
impact op het dagelijks leven.

Het is echter niet voor het eerst in de geschiedenis van ons land dat we oplossingen moeten zoeken voor bedreigende en onvoorspelbare ontwikkelingen.
Het is ook niet voor het laatst dat we die oplossingen gezamenlijk zullen vinden. De onlangs overleden oud-premier Piet de Jong, die de verstandige omgang
met onrust en verandering bijna tot kunst wist te verheffen, sprak in zijn tijd regelmatig over de noodzaak van ‘bestendige vooruitgang’. Hij zei eens:
‘Het is een taak van de regering uit te kijken naar wat de toekomst moet worden en zo tijdig als mogelijk is aanpassingen tot stand te brengen die nodig zijn
om de kansen te grijpen die de toekomst biedt.’

Deze kabinetsperiode is gestart vanuit de overtuiging dat gezonde overheidsfinanciën en een sterke economie het fundament vormen onder een goed en solidair sociaal
stelsel, goede zorg en goed onderwijs en een hoge kwaliteit van andere publieke voorzieningen voor volgende generaties. Bij alle grote veranderingen die zich hebben
voorgedaan, is de doelstelling van het regeringsbeleid onveranderd gebleven: zorgen voor een toekomst waarin vooruitgang, innovatie en economische groei samen kunnen
blijven gaan met bescherming, solidariteit en omzien naar elkaar – in de beste tradities van ons land.

Enkele jaren geleden stonden deze verworvenheden onder druk. De economie kromp, het begrotingstekort was bijna 4 procent en het aantal mensen op zoek naar werk piekte
op 700.000, ongeveer 8 procent van onze beroepsbevolking. Daarnaast waren de huizenprijzen fors gedaald, dreigde de AOW onbetaalbaar te worden en stegen de zorgkosten
jaar op jaar veel sneller dan het nationaal inkomen.

Dat ons land er nu beduidend beter voor staat dan een aantal jaren geleden en weer meedoet in de kopgroep van Europa, is een collectieve prestatie. Politieke tegenstellingen
werden overbrugd en verschillende maatschappelijke belangen zijn met elkaar verenigd. Nog niet eerder werden zoveel grote hervormingen tegelijk in gang gezet, vaak met steun
van oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties. Dat gebeurde in de zorg en het onderwijs, op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, en in de AOW, de energiesector en de
financiële sector. Daarbij is veel gevraagd van iedereen. Velen brachten financiële offers en er is een groot beroep gedaan op de bereidheid veranderingen te accepteren
in het dagelijks leven. Zonder het doorzettingsvermogen, het harde werken en de ondernemerszin van de Nederlandse bevolking was het resultaat minder positief geweest.

Sinds enkele jaren groeit de Nederlandse economie weer bestendig. De verwachte groei voor 2017 komt, ondanks de brexit, uit op 1,7 procent.
De woningmarkt is aangetrokken en de kostenstijgingen in de zorg zijn ingeperkt. Het begrotingstekort daalt volgend jaar naar 0,5 procent en ook
de staatsschuld daalt snel richting 60 procent van ons nationaal inkomen.

Daarmee komt er weer ruimte om te bewegen. Bij minder mensen staat de hypotheek onder water, waardoor verhuizen gemakkelijker wordt. Huurders krijgen meer
financiële ruimte door een verhoging van de huurtoeslag. Ondernemers die vertrouwen in de toekomst hebben, investeren eerder in werknemers en in de vernieuwing
van hun bedrijf. En gezinnen krijgen meer te besteden.

Steeds meer mensen vinden weer werk. Na 2014 kwamen er in ons land meer dan 225.000 banen bij. Stap voor stap is de werkloosheid teruggedrongen naar 5,8 procent.
Het is positief dat meer werkzoekenden boven de 45 jaar een baan vinden. Het aantal jongeren dat werk heeft, ligt op het hoogste niveau in zeven jaar tijd.
De afspraken met werkgevers over meer banen voor mensen met een arbeidsbeperking worden voortvarend uitgevoerd. De arbeidsparticipatie groeit ook doordat steeds
meer Nederlanders actief mee willen en kunnen doen op de arbeidsmarkt. Dit betekent wel dat het aantal werklozen minder snel terugloopt dan gehoopt.
Daarom heeft de aanpak van de werkloosheid – in het bijzonder de langdurige werkloosheid – nog steeds hoge prioriteit.

Met de sociale partners heeft de regering een aantal gerichte maatregelen afgesproken. Zo worden de regels voor seizoenswerk versoepeld en krijgen
werkloze 50-plussers intensievere ondersteuning bij het vinden van werk. Het minimumjeugdloon vanaf 21 jaar wordt in twee stappen afgeschaft,
omdat jongeren ook een volwaardig loon verdienen. Werkgevers krijgen hiervoor compensatie om negatieve effecten voor de werkgelegenheid tegen te gaan.

De risico’s en onzekerheden voor onze open en internationaal georiënteerde economie komen vooral uit het buitenland. Lagere groeicijfers in grote
opkomende markten als China en Brazilië hebben hun weerslag op ons. Er zijn door de aangekondigde brexit ook nieuwe onzekerheden in Europa, die Nederland
rechtstreeks raken. Het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke handelspartner en de brexit kost banen, ook in ons land. Het doel van de regering is dat
de economische relaties sterk blijven.

Voor de open Nederlandse economie is samenwerking in Europa cruciaal. Nederland blijft zich in de Europese Unie richten op groei en banen.
Een stabiele euro, een krachtige en slagvaardige bankenunie en een sterke en eerlijke interne Europese markt, met een gelijk loon voor hetzelfde
werk op dezelfde plek, zijn direct in het belang van ons land.

Door de positieve financieel-economische ontwikkelingen ontstaat langzaam maar zeker weer ruimte voor groei van inkomens en voor gerichte investeringen in de toekomst.
Het is verheugend dat de koopkracht dit jaar en komend jaar opnieuw groeit voor werkenden, ouderen en mensen met een uitkering. Zo zorgt de regering opnieuw voor een
evenwichtige koopkrachtverdeling. De zorgtoeslag gaat omhoog. Met een impuls van 200 miljoen euro wordt voor jonge ouders de drempel verlaagd om gebruik te maken van
de kinderopvang, waardoor het gemakkelijker wordt om werk en gezin te combineren. Het is belangrijk dat kinderen die dreigen op te groeien in armoede deel kunnen nemen
aan schoolreisjes, lid kunnen worden van een sportclub en de mogelijkheid krijgen op muziekles te gaan. Daarvoor komt 100 miljoen euro beschikbaar.
Voorgenomen bezuinigingen in de langdurige ouderen- en gehandicaptenzorg ter grootte van een half miljard euro worden geschrapt. In het onderwijs komt extra geld
beschikbaar om gelijke kansen te bevorderen. De tegemoetkoming voor specifieke schoolkosten in het mbo, bijvoorbeeld voor werkkleding, gereedschap en software, gaat omhoog.

Grote investeringen in energietransitie, verduurzaming, bereikbaarheid en onderwijs zijn gewenst. Ook het midden- en kleinbedrijf moet financiering kunnen krijgen
voor nieuwe groei. De regering komt met voorstellen om deze investeringen waar nodig beter te ondersteunen. Investeren in de toekomst betekent ook problemen aanpakken
zoals die zich voordoen in het aardbevingsgebied in de provincie Groningen. De gevolgen zijn ingrijpend en de regering wil samen met alle getroffen Groningers werken
aan oplossingen. Door de gaswinning te halveren ten opzichte van 2012 en woningen en andere gebouwen te versterken, worden veiligheidsrisico’s beperkt.

De gevolgen van de klimaatverandering nopen tot forse investeringen en innovaties in duurzame energiebronnen, zoals wind, water en zonlicht.
Afspraken over een betaalbare en schone energievoorziening zijn vastgelegd in het Energieakkoord. Deze ontwikkeling is niet alleen goed voor het milieu,
maar levert ook banen op en kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Vanwege de veiligheidssituatie, dichtbij en elders in de wereld, trekt de regering in 2017 opnieuw extra geld uit voor de krijgsmacht, de politie,
de rechtspraak en het Openbaar Ministerie. Sinds 2014 is het defensiebudget stapsgewijs verhoogd, oplopend tot structureel 870 miljoen euro extra in 2020.

De criminaliteitscijfers in Nederland dalen gestaag en de regering blijft investeren in verbetering van de veiligheid. Met de begroting voor 2016 kwam voor
veiligheid al een structureel bedrag van 250 miljoen euro extra beschikbaar. Vanaf 2017 komt daar structureel 450 miljoen euro bij. Hierdoor krijgen de mensen
die zich iedere dag opnieuw inzetten voor onze veiligheid meer ruimte voor de uitvoering van hun taken: van de wijkagent tot speciale eenheden voor contraterrorisme,
van de officier van justitie tot de gevangenisbewaarder.

In het achter ons liggende jaar werd de wereld opnieuw opgeschrikt door afschuwelijke jihadistische aanslagen, die onnoemelijk veel verdriet en menselijk leed veroorzaken.
Onder andere Frankrijk, België, Duitsland en Turkije werden hard geraakt.

Wij mogen en zullen op geen enkele manier toestaan dat terroristen onze vrijheid, onze veiligheid en onze democratische waarden bedreigen.
Het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme kent een mix van preventieve en repressieve maatregelen. Het kabinet wil de voedingsbodem voor
radicalisering in Nederland wegnemen, onder andere door actief burgerschap op scholen te bevorderen. Uitreizen wordt moeilijker voor jihadgangers
en hun uitkeringen worden stopgezet. Zij worden strafrechtelijk vervolgd en riskeren intrekking van het Nederlanderschap na een veroordeling.

Samenwerking in Europa bij de bestrijding van terrorisme is cruciaal. Binnen de Europese Unie werkt ons land intensief aan een betere informatie-uitwisseling
tussen Europese inlichtingen- en opsporingsdiensten, gemeenschappelijke grensbewaking, de aanpak van financieringsstromen en verbetering van de cybersecurity.

Buiten Europa blijft Nederland met militaire, humanitaire en politieke middelen een bijdrage leveren aan de strijd tegen ISIS in de brandhaarden Syrië en Irak.
Onze militairen en hulpverleners daar en elders op de wereld verrichten in moeilijke omstandigheden belangrijk werk ten dienste van internationale stabiliteit
en mensen in verdrukking.

In nauwe samenwerking met de Caribische delen van het Koninkrijk heeft de regering succesvol campagne gevoerd voor het tijdelijke lidmaatschap van de
Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Hervorming van de Verenigde Naties is voor de regering een belangrijk thema. Inhoudelijk ligt de prioriteit
bij een geïntegreerde benadering van vrede, veiligheid en ontwikkeling, bij conflictpreventie en bij bescherming van burgers.

Oorlog en terreur drijven onschuldige mensen van huis en haard, een onzekere toekomst tegemoet. Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie
in de eerste helft van 2016 is veel in gang gezet om de vluchtelingenstroom uit Syrië en andere kwetsbare landen onder controle te brengen. Dat beleid steunt
op drie pijlers: wegnemen van redenen om te vluchten door het verbeteren van leefomstandigheden en tegengaan van geweld ter plekke, opvang in de regio, en
bestrijden van mensensmokkel via levensgevaarlijke routes over zee. Nederland helpt onder andere met 260 miljoen euro voor verbetering van de opvang in de regio.

In maart 2016 zijn met de Turkse regering afspraken gemaakt om de vluchtelingenstroom in te dammen en beter te reguleren. Het aantal mensen dat op een afschuwelijke
manier verdrinkt bij geïmproviseerde overtochten tussen Turkije en Griekenland en het aantal asielzoekers dat naar Europa komt, is hierdoor substantieel gedaald.
De verdere uitvoering van deze afspraken vraagt in de komende periode de nodige aandacht. Nederland is een land dat iedereen die daarvoor in aanmerking komt, de kans
biedt te integreren in onze samenleving en iedereen die hier woont, zich thuis te laten voelen. Aan asielzoekers die naar Nederland komen, wordt een fatsoenlijke,
maar sobere opvang geboden. Vorig jaar is dat gelukt dankzij de inspanningen van gemeenten, hulpinstanties en veel vrijwilligers. Wie in Nederland een toekomst wil opbouwen,
moet bereid zijn de taal te leren en een actieve bijdrage te leveren. We verwachten dat iedereen zich bewust en positief verbindt aan ons land en onze manier van leven.
De verplichte participatieverklaring treedt in 2017 in werking. Participatie en integratie worden onder meer bevorderd door asielzoekers in de gelegenheid te stellen
vrijwilligerswerk te doen.

Het past bij het karakter van Nederland dat in veel wijken en gemeenten allerlei particuliere initiatieven worden genomen om asielzoekers bij de samenleving te betrekken.
Tegelijk is het logisch dat in de samenleving ongerustheid bestaat over de komst van grote groepen vluchtelingen. We vragen ons af of de verschillen in cultuur en
normen en waarden niet te groot zijn en voorzieningen niet te zeer onder druk komen te staan. In Nederland is lang gestreden voor een aantal democratische waarden,
waaronder de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. In ons land zijn mannen en vrouwen gelijk voor de wet en maken
we geen onderscheid naar ras, geloof of seksuele geaardheid. Iedereen die in ons land wil wonen, moet deze waarden respecteren en naleven. Van niemand wordt gevraagd de
eigen herkomst of cultuur te verloochenen, maar aan grondwettelijk vastgelegde normen kan niet worden getornd en tegen intimidatie en geweld wordt hard opgetreden.

Leden van de Staten-Generaal,

Nederland is een sterk land in een instabiele wereld. In de laatste jaren zijn gezamenlijk resultaten bereikt die maken dat wij met vertrouwen vooruit mogen kijken.
Het is niet verstandig om de problemen en internationale onzekerheden waarvoor Nederland zich gesteld ziet, te onderschatten. Maar de geschiedenis leert ons dat
‘bestendige vooruitgang’ mogelijk is door samen toe te werken naar oplossingen, in eigen land en met onze internationale partners.

Dit tekent ook uw werk in het parlementaire jaar dat vandaag begint. U mag zich gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen
en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

Bron: RVD, www.koninklijkhuis.nl

Informatie bronnen voor deze pagina: RVD/Koninklijk Huis / Rijksoverheid


Copyright © 2006-2017 http://www.koningsfan.dse.nl


Homepage